Koud, kouder, koudst

Het autoportier wil eerst niet open. En vervolgens niet meer dicht. In de trein wordt steen en been geklaagd: het is een heel stuk drukker en kouder. Ik heb mijn snowboots aan en mijn schoenen in een tasje: ’t is een tien minuutjes lopen van station naar kantoor en ondanks het strooien behoorlijk glad. Als ik naar mijn leidinggevende zwaai, herkent ze me nauwelijks: lange winterjas, dikke sjaal, handschoenen en een stevige muts over mijn hoofd. De warme chocomelk en erwtensoep is niet aan te slepen. De kachel staat dag en nacht op hoog. ’s Avonds kruip ik onder drie dekens met twee warmwaterkruiken dicht tegen manlief aan. Zelfs Floppy heeft een dekentje over zijn mand en zucht hoorbaar: lekker warm! Met een glimlach val ik in slaap. Ik kan er niets aan doen: ik geniet met volle teugen van dit weer. Eindelijk weer eens echt winter in Nederland. En als jij er helemaal genoeg van hebt: troost je, het wordt vanzelf weer lente!

Wintersport

Nog een paar weken, dan is het zover. Eindelijk weer naar de sneeuw met z’n allen. Vorig jaar ging het feest niet door, omdat mijn broer met een zware nekhernia thuis zat. Maar nu hij is hersteld, kunnen we beginnen met het aftellen en de voorbereidingen. Zoals winterbanden: een verplichting in Oostenrijk, ook voor ons Agilaatje. Deze heeft een afwijkende bandenmaat, maar mijn broer is gelukkig meer thuis in dat soort zaken en gaat het regelen. Als ik met mijn moeder naar de vliering loop waar de ski’s liggen, kijken we elkaar aan. De laatste keer hebben we allebei nieuwe ski’s gekocht, omdat ze volledig versleten waren. Maar welke zijn het ook alweer? Er ligt een hele stapel voor ons. Als ik een paar wit/zwart/rode zie, krijg ik een kriebel in mijn buik: dat zijn mijn ski’s! Voor mijn moeder ligt het anders. Als we de ski’s van manlief, broer en vriend opzij hebben gelegd, blijven er nog twee paar over. En het zegt haar helemaal niets! We besluiten de foto’s van 2007 erbij te halen. En ja hoor, er is een duidelijke foto van moeder met ski’s. Je ziet duidelijk de blauwe accenten. ‘Gelukkig’, zegt ze blij, ‘want die vond ik ook het mooist!’ Zal mijn schoonzusje fijn vinden om te horen: ze mag haar eigen ski’s gewoon houden!

Goede daad

Een beetje weemoedig tuig ik de kerstbomen af. Het zit er weer op. Als alle versiering in de berging staat, sjouw ik de bomen naar beneden. Op straat loopt een vader met drie kleintjes voorbij. Een kind blijft gelijk staan. Wat of ik met die bomen ga doen? Ik antwoord dat ik ze naar de verzamelplaats voor de verbranding ga brengen. Hij kijkt even bedenkelijk en besluit dan dat het zonde is van zulke mooie bomen. Of hij en z’n zusje ze mogen hebben om te bewaren. Hoofd-schuddend trekt zijn vader hem mee. Ik ga nog nalachend op weg. Normaal is het tien minuutjes lopen. Nu kost het me meer tijd. ’t Is best een gesjouw met twee bomen van drie meter! Halverwege aarzel ik even: op een kruising liggen een aantal bomen. ’t Scheelt een eind slepen. Maar de verleiding om me straks te warmen aan onder andere onze bomen is groter. Als ik de eindbestemming nader, zie ik weer een paar kinderen. Een meisje van een jaar of vijf attendeert haar broertje op mij. Die recht gelijk zijn schouders en loopt met een overredende blik op me af: ‘Zal ik ze van u overnemen, mevrouw?’ ‘Om te bewaren?’, informeer ik. ‘Oh, nee hoor, voor de verloting bij de kerstboomverbranding. Je krijgt een lootje voor elke boom. Mijn zusje en ik hebben er al acht!’ Ik leg ze op de aangewezen plaats en draai me om. Mijn eerste goede daad voor het nieuwe jaar zit erop.

Een goed begin

Het is oudejaarsmiddag. Een piepje kondigt email aan. Mijn verzoek om een nieuwe locker toe te wijzen wordt bevestigd. We krijgen namelijk per 1 januari een ‘nieuwe’ collega. Ze werkt al bij ons bedrijf, maar op een andere afdeling. Niet handig om telkens daar je spullen op te moeten halen. Dus heb ik een verhuisverzoek ingediend. De tekst van het bericht is wat formeel opgesteld: ‘Betrokkene heeft nu locker blablabla en krijgt op de hierboven genoemde datum locker blablabla’. Ik wil net afsluiten als mijn oog op een van de laatste zinnen valt: ‘Op 2 januari om 8 uur dient betrokkene zelf de inhoud van de huidige locker te hebben verwijderd. Alles wat op genoemde datum en tijdstip nog in de locker aanwezig is, wordt als niet langer nodig beschouwd en vernietigd.’ Het is 31 december! Half 4!! Betrokkene geniet van een paar welverdiende verlofdagen. En kan dus haar locker niet ontruimen. Ik pak gelijk de telefoon, maar krijg geen gehoor bij de verhuisafdeling. Stuur snel een email met de vraag om een andere datum. Het blijft stil. Verhip! Vandaag. Ik zet om kwart voor 8 mijn pc aan en wil een sprint naar de bewuste locker trekken om me eraan vast te ketenen. Dan hoor ik een piepje: ‘you’ve got mail!’. Een collega wenst me het allerbeste voor 2009. En bevestigt de nieuwe verhuisdatum. Of het een gelukkig nieuwjaar wordt, moeten we nog even afwachten. Maar het begin is er!

Nieuwjaarsdag

Om half 8 maakt Floppy me wakker. Hij moet nodig. Ik laat ‘m half slapend uit en kruip weer naast manlief. Nog heel eventjes. Om half 11 schrik ik wakker: zo laat al? Onder de douche, aankleden en ontbijten gaat een heel stuk langzamer dan normaal. En verder dan een ‘Heb je lekker geslapen?’ gaat de conversatie niet. Na de koffie even naar mijn moeder, nieuwjaar wensen. Dan weer terug op de bank, de televisie op skischansspringen. Af en toe vallen mijn ogen dicht. Om vijf uur schenkt manlief wat te drinken in: ‘Er is nog wat champagne, wil jij?’ We eten rode kool met een bal gehakt, weer eens wat anders dan al die speciale kerst- en oudjaarslekkernijen. Youp en Danny en de dvd van de Lama’s verschijnen en verdwijnen weer. Als ik steeds langer moet nadenken over de clou, zet ik de televisie af en ga naar bed. Eigenlijk kunnen ze het nieuw jaar net zo goed laten beginnen met 2 januari. Die eerste dag maak je toch niet echt bewust mee.