Stil

Onze laptop is stuk. Van het een op het andere moment wilde hij niets anders laten zien dan een blanco scherm. Hoe ik ook op ‘m inpraatte en hoe manlief zijn technische talenten ook op ‘m botvierde: het bleef stil. De meneer in de winkel keek heel geleerd. Misschien omdat ik als vrouw in een winkel vol computersnufjes stond. Of omdat ik ‘de taal’ niet sprak. In elk geval had hij er zelf alle hoop op dat het wel goed zou komen. Hij noemde me nog net niet ‘mevrouwtje’. Ik keek toe. Vol vertrouwen drukte hij op een knopje. Waarop ik uiterst irritant natuurlijk vertelde dat ik dat al had geprobeerd. Meneer keek me even over zijn bril aan: ‘Dat zal wel, ja’. Toen duwde hij een paar knopjes tegelijk in. Maar ook die combinatie kende ik al. Langzaam verschenen er blosjes op zijn wangen en druppeltjes op zijn voorhoofd. Zelfs een opstart-cd leverde geen positief resultaat op. Uiteindelijk gaf hij het met tegenzin op: de laptop moest naar de pc-dokter. Hij zou nog wel bellen en ik kreeg een briefje mee naar huis voor manlief. Sindsdien is het stil. Heel stil. Het enige wat je hoort is gekissebis tussen manlief en mij. Wie er achter de computer op het bureau mag zitten. Dus als je je afvraagt waarom het een beetje stil is op D’s Days: manlief is sterker dan ik.