Emotie-eter

Ik ben een emotie-eter. Niet dat ik mezelf beloon met eten, hoor. Of troost met een Bossche bol als het even tegenzit. Nee, ik vind het leuk om op culinair gebied mee te doen met specialiteiten van een feestdag of land. Ingelegde haring in IJsland, kanelbullar in Zweden en croissantjes in Frankrijk. Natuurlijk is het ene wat smakelijker dan het andere. Maar ik heb van kleins af aan geleerd dat je alles moet eten, al is het maar een klein beetje. Mijn moeder is namelijk ook een emotie-eter. Dat bleek eens te meer toen ze gisterenavond het klapstuk van het kerstdiner uit de oven haalde: een heuse gevulde kalkoen. Ter herinnering aan onze reis naar Amerika in mei van dit jaar. Alleen het aansnijden was al een emotioneel feestje. Alleen vanochtend, toen ik nog een stukje kerstbrood pakte en het manlief ook aanbood, zei hij: ‘Dank je, ik houd er niet zo van’. Manlief is duidelijk geen emotie-eter. Maar dat is eigenlijk wel zo prettig. Want ook een emotie-eter heeft af en toe een balans(dag) nodig.