Eerste indruk

Een rood stipje wordt langzaam ietsje groter. Niet zo heel veel, omdat het gewoon niet groter is. Dan landt het op de vensterbank en wandelt op het gemakje naar binnen. Een lieveheersbeestje. Zo te zien een aardig ventje. Zijn rug is bedekt met een paar stoere zwarte stippen. Even oriënteert hij zich. Dan zet hij koers naar de plant die in het hoekje staat. Ik zie het nu ook: mijn flora heeft lekker sappige groene blaadjes. Maar omdat ik best gehecht ben aan deze staat van dienst, leg ik mijn vinger tussen het diertje en de uitgestippelde route. Hij aarzelt even maar klimt dan toch op mijn vinger. Ik steek mijn hand voorzichtig naar buiten, zodat hij verder kan vliegen naar nieuwe avonturen en de planten bij de buren. Ineens voel ik een prik: au!! Het lieveheersbeestje spreidt de vleugeltjes en vliegt weg, mij met een bloedend hart (en vinger) achterlatend. Tja, ook bij een eerste indruk bieden resultaten uit het verleden geen garantie voor de toekomst.

Nullen en enen

Een tijdje geleden hadden we een externe medewerker in ons zakelijke midden. Hij heeft ons een aantal maanden geholpen met kennis en kunde (en koffie) bij een moeilijk project. Eind mei nam hij afscheid, zijn taak zat erop. En zoals gebruikelijk zorgde ik voor de administratieve afwikkeling van een en ander. Zijn toegangspas werd ingeleverd, zijn telefoonnummer opgeheven en zijn inlogaccount werd verwijderd. Alles was geregeld. Dacht ik. Want er stond een grote Outlook-migratie op stapel. Hiervoor was medio mei een apart bestand aangemaakt. Met inderdaad zijn naam er ook nog tussen. Dit bestand werd op het moment van migratie abusievelijk niet ge-update met vertrokken en startende medewerkers. Dus waar zijn naam het ene moment keurig ontbrak op de interne kostenplaats, stond hij een paar dagen later weer vrolijk te prijken. Nu ben ik niet voor een ICT-gat te vangen. Ik ken mijn papenheimers inmiddels goed (en zij mij ook). Dus ik herhaalde berustend de hele actie. Vanochtend kreeg ik een bevestigingsmail. In het onderwerp stond ‘verwijderen account.’ Ze lieten me weten dat alles prima was geregeld. Toen ik verder las, zag ik dat zijn toegangspas klaar lag. Hij kon het gebouw weer betreden. En onze systemen. Zucht. Bestond mijn leven ook maar uit nullen en enen. Dan was het allemaal een stuk eenvoudiger.

Oude honden en nieuwe kunstjes

Onze Floppy heeft inmiddels de met recht gezegende leeftijd van zestien jaar bereikt. Of zoals een vriend vanmiddag zei: ‘Wat fijn dat het nog steeds zo goed met hem gaat. Zeker als je kijkt wat hij allemaal al heeft meegemaakt!’ Zelfs als hij een kat was, zaten zijn negen levens er zo onderhand wel op. Maar hij telt nog mee. Hij holt niet meer zo hard. Behalve tijdens het spelletje voetbal met de baas ’s ochtends. Hij hoort niet meer zo goed. Maar hij weet precies wanneer je in de keuken met ‘iets lekkers’ bezig bent. Hij vindt het soms moeilijk om zijn plas op te houden. Of letten we zelf niet goed genoeg op zijn seintje? Hij heeft ze in elk geval nog allemaal keurig op een rijtje. En hij is zelfs als hoogbejaarde leergierig. De oog-bek-coördinatie is wat stroef geworden. Toch lukt het hem sinds kort weer om een paar keer achter elkaar een toegeworpen kluifje te vangen. Hoe oud zou je moeten zijn als hond om geen nieuwe kunstjes meer te kunnen leren?

Red Aluin!

Als ik de verjaardagsvisite van koffie en taart heb voorzien, valt het op dat mijn zwager wat bedrukt kijk. Het is niet de zelfgebakken citroencake. Na 18 jaar wordt zijn theatergezelschap Aluin met uitsterven bedreigd. Hij legt uit dat nagenoeg elke toneelgroep in Nederland afhankelijk is van overheidssubsidie. Alleen het vrije theater en de comedians vormen hierop een uitzondering. Zelfs Joop van den Ende Theaterproducties zou nergens zijn zonder financiële steun. Een keer per vier jaar wordt bepaald of je in aanmerking komt of niet. Tot nu toe was er geen probleem. Tot nu toe. Want hij heeft een brief gekregen met een negatief advies. En dat is schrikken. Ook voor ons, want we genieten enorm van de uitvoeringen. Hij heeft al formeel geprotesteerd, want een van de onderzoeksbevindingen is niet correct. Een bijgewoonde voorstelling zou slechts matig zijn bezocht. Maar op die datum hebben ze helemaal niet gespeeld! En in de grotere steden, zoals Utrecht en Tilburg, volstaat de kleine zaal niet eens meer: veel teveel geïnteresseerde kaartjeskopers. Het is dus hoog tijd voor actie. Via een site kun je je naam en emailadres achterlaten. Waarna alle protesten gebundeld worden aangeboden in een petitie. Aluin moet blijven! Wil je mijn zwager (en mij!) een groot plezier doen? Teken dan de petitie. Dat kan zelfs anoniem. Mijn dank is onmetelijk!

PS: Het vervolgscherm waarin om een bijdrage wordt gevraagd kun je overigens gelijk wegklikken. Dat hoort bij de site zelf, niet bij Aluin.

Slingers

Morgen is manlief jarig. Een kroonjaar: hij wordt 45 jaar. En hoewel hij een heel andere verjaardagsbeleving heeft dan ik (not versus overdone), willen we er toch wel wat aandacht aan besteden. Dus komt er een cadeautje (duh). Een verjaardagstaart (die ik samen met de gasten opeet, want hij houdt niet zo van zoet). Vrolijke familieleden (op een paar na die op vakantie zijn). En het allerbelangrijkste: slingers. En daar zit nu een klein probleempje. We hebben slingers. Heel veel zelfs. Maar sinds de verbouwing, hebben we ook een paar kamers meer. En daar was de voorraad eigenlijk niet op berekend. Als ik op kantoor aankom, heeft een collega de kast met oude relatiegeschenken opgeruimd. Iedereen mag wat leuks meenemen. Ik zie een schrijfmap, wat pennen, een dvd-hoesje. En slingers!! Slingers!! Oke, de firmanaam staat erop. En het logo. Ze maakten onderdeel uit van een reclamecampagne, die nogal prominent op de vlaggetjes voorkomt. Maar het zijn slingers. En zo komt het dat manlief thuiskomt in een volledig versierd huis. Hij is er oprecht blij mee. Denk ik. Iemand alvast een stukje cake?

Verbeterpuntje

Ik praat graag. Heb ik van mijn moeder. Dus toen de conducteur op de terugweg mijn kaartje controleerde, vertelde ik hem van mijn treinplannen. Dat de benzine zo duur is. En dat ik toch elke dag tweemaal op het station ben. Eénmaal om manlief weg te brengen. En éénmaal om manlief op te halen. En met een beetje mazzel, als er niet al teveel file staat, zie ik de trein met manlief voorbij het kantoor rijden als ik op het werk aankom. Dus het is eigenlijk gewoon logischer om voortaan ook te treinen. Maar ik heb mezelf een maand proef gegeven. Kijken of het bevalt. De conducteur hoort het glimlachend aan. En wenst me vooral veel plezier. En als ik nog verbetertips heb, hoort hij het graag. ‘Nou’, antwoord ik, ‘nu u het zo zegt: ik weet wel iets ‘ Geïnteresseerd kijkt hij me aan. ‘Als ik één ding mag aanpassen, dan is het de temperatuur. Want wat is het heet in de trein!’ Hij lacht. Legt uit dat dit niet mogelijk is. Een airco heeft geen schijn van kans met zoveel deuren die om de zoveel minuten open en dicht gaan. ‘Maar’, zegt hij, ‘er is wel een andere manier. En dat ga ik voor je regelen. Lukt nog niet gelijk morgen. Maar donderdag zorg ik dat de temperatuur flink zakt. En dat het regent. Zodat het aangenamer vertoeven is in een overdekte trein!’ Om zijn eigen grapje lachend, loopt hij door. Ik kijk hem na. Ik heb nóg een verbeterpunt. Humor van de medewerkers. Met stip op de eerste plaats!