Steno

‘Wat doe je nou?!’ Mijn collega kijkt me verbaasd en enthousiast tegelijk aan. Hij wijst op mijn aantekeningen. Onze leidinggevende wil een van onze successen breeduit communiceren binnen het bedrijf. Hij is van de cijfertjes. Ik van de woorden. Dus terwijl hij mij bijpraat over de status van het betreffende project, schrijf ik kort wat zaken op. Zodat ik er een leuk en inhoudelijk correct stukje tekst van kan maken. Onbewust heb ik daarbij gebruik gemaakt van steno. Ooit geleerd en hoewel hier en daar wat roestig toch altijd weer handig voor dit soort bijeenkomsten. Maar ik ben al ‘wat ouder’. Hij is pasgeleden voor het eerst vader geworden. Steno is voor hem een uiterst interessante code uit vroegere tijden. Zoiets als het spijkerschrift of Egyptische hiĆ«roglyfen. Ik schiet in de lach. En lees op verzoek een stukje terug. Hij valt bijna van zijn stoel. Meer, meer, meer! Ik schrijf zijn naam in het steno. Appeltje, eitje. Eerbiedig kijkt hij toe: kunst met een grote K. We ronden af en gaan aan de slag. Hij met zijn cijfertjes. Ik met de woorden. Zodra ik ze ontcijferd heb dan!