Supermarktsleur

Op zaterdag haal ik de meeste boodschappen voor de hele week in huis. ’s Ochtends tussen 8 en half 9. Dan is het nog niet druk in de winkel. En omdat ik doordeweeks vroeg op sta, voelt het toch een beetje als uitslapen. Ik haal dan ook gelijk het lijstje van mijn moeder op, dat gaat in een moeite door. Als ik haar briefje pak, ligt er een memo naast: ‘winkel in verband met grote verbouwing gesloten!’ Dat wist ik dus niet. Maar de communicatie is prima: ze verwijzen naar een paar supermarkten in de buurt. En je krijgt 10% korting ter compensatie. Ik rijd naar een van de aangegeven locaties. Deze winkel is een stuk groter. En de opzet is net even anders. Op mijn gemak loop ik langs de rekken. Normaal heb ik zo mijn vaste en snelle route, maar dit keer bekijk ik het assortiment met meer aandacht. Vind hier bijvoorbeeld wel de Beemster (kaas) die ze ‘bij ons’ niet hebben. Ik doe er dus ook wat langer over, maar ach, het is weekeinde. En het grappige is dat ik deze handeling straks, na de verbouwing, zal herhalen in de gebruikelijke supermarkt. Mijn weg weer zoeken naar de vertrouwde producten. Verbouwen. Ook een manier om uit de supermarktsleur te komen.

Wolkjes

Eigenlijk voelde ik het maandagavond al: die zeurderige hoofdpijn, knellend in mijn nek. Het zijn best zware weken geweest, hier en daar emotioneel geladen. Stress? Ik pak een pijnstiller en ga naar bed. De volgende ochtend: samen met mijn moeder naar de Efteling, laat verjaardagscadeautje. Nog steeds hoofdpijn, maar het weer is perfect en we hebben ons hier echt op verheugd. Bovendien, we gaan met z’n tweetjes toch niet in hoogzwaaiende of harddraaiende attracties. Gisteren: toch migraine? Mijn moeder heeft het regelmatig en ook mijn oma werd vaak geveld door zware aanvallen. Ik heb er hooguit tweemaal per jaar last van. Nog maar een pijnstiller en naar het werk: belangrijke vergadering. Halverwege de middag is het over en uit. Ik ga naar huis, naar bed en pak een migrainetabletje. Het voordeel: de hoofdpijn is vrijwel gelijk weg. Het nadeel: je bent compleet van de wereld. Alsof je op wolkjes zweeft. Maar ach, eigenlijk zweef ik al zes jaar op wolkjes. Vanaf het moment dat ik manlief leerde kennen! Dus dan kan dat ene nachtje er ook wel bij. Vandaag: geen hoofdpijn, maar een prachtige impressie van een vaatdoek. Ach ja. Ook wolkjes hebben een schaduwzijde. En een kant die altijd naar de zon lacht.

Spannend

Nog voor we goed en wel onderweg zijn, hoor ik een klagerig geluid achter me. Dat begint al goed. Ik negeer het en kijk geinteresseerd om me heen. Dan klinkt er een stem: ‘Dit vind ik niet leuk!’ Het antwoord luidt geruststellend: ‘Het is inderdaad best een beetje spannend, maar dat is zometeen voorbij.’ Even blijft het stil. Helaas niet lang genoeg naar mijn zin: ‘Ik geloof nu toch echt dat ik naar huis wil!’ Weer wordt er gesust: ‘Wacht maar, zometeen gaan we een deur door en dan wordt het lichter.’ Maar het is al te laat, het geklaag gaat over in gehuil dat steeds meer aan decibellen wint. Nu wordt er fors ingegrepen: ‘Je bent toch al groot? Net als al deze andere mensen? En die huilen toch ook niet?’ Gevolgd door een overredend ‘En kijk daar nou eens, hoe lief dat hondje daar kijkt. En als je nou heel eventjes wacht …. Kijk, hij daar boven, die gaat zometeen schieten en dan springt hier het water omhoog … Zie je wel! Nou, zo spannend is het toch niet, he!’ Oke, de Fata Morgana in de Efteling is niet zo heel eng. Maar op deze manier wordt ook echt alle spanning eruit gehaald.

Handen wassen

Mijn oma zei het vroeger al: ‘Handjes wassen na het plassen!’ Het heeft indruk gemaakt, want ik verlaat zelden een toiletruimte zonder even mijn handen te hebben gespoeld onder de kraan. Maar nu is er in Amerika een onderzoek gedaan naar de juiste manier van handen wassen. Alleen met water spoelen is niet voldoende. Sterker nog, het heeft totaal geen zin, je kunt net zo goed ongewassen weer aan het werk gaan. De enige wasbeurt met een positief effect begin je met het verwijderen van alle sieraden (dat is bij die ene ring dus al een probleem). Vervolgens verdeel je een flinke dot desinfecterende zeep goed over je handen. Je zingt op je gemak voor niemand in het bijzonder ‘Happy birthday’ (of een variant). En was alle zeep met een royale hoeveelheid water weg. Afsluitend droog je je handen met een schone doek of tissue af. De gemiddelde roker komt in combinatie met deze plas- en waspauzes toch gewoon niet meer aan werken toe!?

Als kat en hond

Sidney ziet ‘m als eerste. Ze blaft enthousiast: ‘Kijk, een kat, mag ik ‘m?’ Maar ik trek beide honden mee. Geen gezeur, een kat is geen speelgoed. Bovendien is een haal over je neus ook geen geintje, zo houd ik haar voor als ze me verongelijkt volgt. Na een poosje steek ik de straat over, terug richting huis. De kat is er nog steeds, maar komt tot mijn verbazing naar ons toe. Sidney wil nogmaals ‘in discussie’, maar ik zie de platte oren en de hoge rug. Mijn opmerking dat een hond ook geen speelgoed is, is duidelijk aan dovemansoren gericht. En het nadrukkelijke ‘ksjt!’ heeft alleen een hoop gesis tot gevolg. Floppy is inmiddels doorgelopen naar de eerstvolgende boom, duidelijk niet geinteresseerd. Ik houd Sidney achter me in bedwang, terwijl de kat om ons heen loopt, niet in het minst onder de indruk. Dan neemt hij tot mijn ontsteltenis een aanloop en in springt met uitgestrekte klauwen bovenop de rug van mijn nietsvermoedende Floppy!! In dezelfde beweging brengt hij zichzelf achter een tuinhek in veiligheid, weg van mijn uitschietende voet. Floppy’s dikke vacht heeft de nagels gelukkig niet doorgelaten, we komen weg met de schrik. Als manlief later op de dag Floppy uitlaat en een andere baas met hond tegenkomt, blijkt dat de kat de buurt al langer terroriseert. De meesten lopen inmiddels een straatje om. Die kat spoort niet. Voorlopig moeten wij elkaar in elk geval maar niet tegenkomen!

Alle beetjes helpen

Afgelopen maandag. Er staan oranje M&M’s op tafel, de chocolade en de pinda-variant. En oranje glace-koeken. Manlief houdt wel van een knabbeltje, maar wijst verbaasd naar dit kleur-geweld. ‘Alle beetjes helpen!’, luidt mijn antwoord. Dat herhaal ik als ik de poesta borrelnootjes op tafel zet. Naast de oranje chrysanten. En als ik me vervolgens kwijt zoek naar mijn oranje t-shirt. ‘Wat zal het worden?’, vraagt de kapster vandaag als ik ga zitten. Ik maak een grapje: ‘Alle beetjes helpen, doe maar een Welpie-kapsel!’ Ik zit beteuterd op de bank, in mijn nieuwe in Amsterdam gekochte oranje t-shirt. Met mijn oranje bergsokken aan. Een oranje tompouce. En een Wuppie-kapsel. ‘Alle beetjes helpen toch?!’, zei ze nog.

Jammie!

Manlief en ik kenden elkaar nog niet zo lang. Ik had pas een paar van zijn familieleden ontmoet. Maar hij heeft drie broers en een zus. En die hadden allemaal een partner. Een heleboel nieuwe gezichten bij elkaar dus. En dan tel ik de kinderen nog niet eens mee! De vuurdoop werd ‘de plukdag’. Zijn vader en vrouw hebben een stukje land achter het huis. Met rode kool, rabarber, sla, en veel, heel veel bessen en aardbeien. Eind juni komt de hele club bij elkaar om alle struiken en planten leeg te plukken. Ter plekke wordt daar dan jam van gemaakt. Maar dat wist ik toen allemaal nog niet. En waarom zou ik argwaan koesteren als manlief niets zegt over mijn witte outfit die dag?! ’t Was dus ‘best een lastig moment’ toen bleek dat ik daardoor voor geen enkel karweitje geschikt bleek. Gelukkig heb ik dat in de jaren daarna meer dan goed kunnen maken. Want ik ben stapeldol op eigengemaakte jam! En toen mijn leidinggevende dat vorige week hoorde, kwam ze een dag later spontaan met een potje bramenjam. Had haar man speciaal voor mij gemaakt. Jammie! Verheug me nu al op het oogstseizoen!