Handen wassen

Mijn oma zei het vroeger al: ‘Handjes wassen na het plassen!’ Het heeft indruk gemaakt, want ik verlaat zelden een toiletruimte zonder even mijn handen te hebben gespoeld onder de kraan. Maar nu is er in Amerika een onderzoek gedaan naar de juiste manier van handen wassen. Alleen met water spoelen is niet voldoende. Sterker nog, het heeft totaal geen zin, je kunt net zo goed ongewassen weer aan het werk gaan. De enige wasbeurt met een positief effect begin je met het verwijderen van alle sieraden (dat is bij die ene ring dus al een probleem). Vervolgens verdeel je een flinke dot desinfecterende zeep goed over je handen. Je zingt op je gemak voor niemand in het bijzonder ‘Happy birthday’ (of een variant). En was alle zeep met een royale hoeveelheid water weg. Afsluitend droog je je handen met een schone doek of tissue af. De gemiddelde roker komt in combinatie met deze plas- en waspauzes toch gewoon niet meer aan werken toe!?

Als kat en hond

Sidney ziet ‘m als eerste. Ze blaft enthousiast: ‘Kijk, een kat, mag ik ‘m?’ Maar ik trek beide honden mee. Geen gezeur, een kat is geen speelgoed. Bovendien is een haal over je neus ook geen geintje, zo houd ik haar voor als ze me verongelijkt volgt. Na een poosje steek ik de straat over, terug richting huis. De kat is er nog steeds, maar komt tot mijn verbazing naar ons toe. Sidney wil nogmaals ‘in discussie’, maar ik zie de platte oren en de hoge rug. Mijn opmerking dat een hond ook geen speelgoed is, is duidelijk aan dovemansoren gericht. En het nadrukkelijke ‘ksjt!’ heeft alleen een hoop gesis tot gevolg. Floppy is inmiddels doorgelopen naar de eerstvolgende boom, duidelijk niet geinteresseerd. Ik houd Sidney achter me in bedwang, terwijl de kat om ons heen loopt, niet in het minst onder de indruk. Dan neemt hij tot mijn ontsteltenis een aanloop en in springt met uitgestrekte klauwen bovenop de rug van mijn nietsvermoedende Floppy!! In dezelfde beweging brengt hij zichzelf achter een tuinhek in veiligheid, weg van mijn uitschietende voet. Floppy’s dikke vacht heeft de nagels gelukkig niet doorgelaten, we komen weg met de schrik. Als manlief later op de dag Floppy uitlaat en een andere baas met hond tegenkomt, blijkt dat de kat de buurt al langer terroriseert. De meesten lopen inmiddels een straatje om. Die kat spoort niet. Voorlopig moeten wij elkaar in elk geval maar niet tegenkomen!

Alle beetjes helpen

Afgelopen maandag. Er staan oranje M&M’s op tafel, de chocolade en de pinda-variant. En oranje glace-koeken. Manlief houdt wel van een knabbeltje, maar wijst verbaasd naar dit kleur-geweld. ‘Alle beetjes helpen!’, luidt mijn antwoord. Dat herhaal ik als ik de poesta borrelnootjes op tafel zet. Naast de oranje chrysanten. En als ik me vervolgens kwijt zoek naar mijn oranje t-shirt. ‘Wat zal het worden?’, vraagt de kapster vandaag als ik ga zitten. Ik maak een grapje: ‘Alle beetjes helpen, doe maar een Welpie-kapsel!’ Ik zit beteuterd op de bank, in mijn nieuwe in Amsterdam gekochte oranje t-shirt. Met mijn oranje bergsokken aan. Een oranje tompouce. En een Wuppie-kapsel. ‘Alle beetjes helpen toch?!’, zei ze nog.

Jammie!

Manlief en ik kenden elkaar nog niet zo lang. Ik had pas een paar van zijn familieleden ontmoet. Maar hij heeft drie broers en een zus. En die hadden allemaal een partner. Een heleboel nieuwe gezichten bij elkaar dus. En dan tel ik de kinderen nog niet eens mee! De vuurdoop werd ‘de plukdag’. Zijn vader en vrouw hebben een stukje land achter het huis. Met rode kool, rabarber, sla, en veel, heel veel bessen en aardbeien. Eind juni komt de hele club bij elkaar om alle struiken en planten leeg te plukken. Ter plekke wordt daar dan jam van gemaakt. Maar dat wist ik toen allemaal nog niet. En waarom zou ik argwaan koesteren als manlief niets zegt over mijn witte outfit die dag?! ’t Was dus ‘best een lastig moment’ toen bleek dat ik daardoor voor geen enkel karweitje geschikt bleek. Gelukkig heb ik dat in de jaren daarna meer dan goed kunnen maken. Want ik ben stapeldol op eigengemaakte jam! En toen mijn leidinggevende dat vorige week hoorde, kwam ze een dag later spontaan met een potje bramenjam. Had haar man speciaal voor mij gemaakt. Jammie! Verheug me nu al op het oogstseizoen!

Been there, done that

En ineens zijn we alweer drie jaar getrouwd! Time flies en zo. Samen gaan we een dagje naar Amsterdam. Want hoewel we vele plaatsen en landen in elkaars gezelschap hebben bezocht, behoort deze hoofdstad niet tot ons gezamenlijke ‘been there, done that’-lijstje. Daar gaan we snel verandering in brengen. We boeken met een knipoog naar Amerika een overnachting in hotel Washington, vlakbij het Rijksmuseum. En lopen van daaruit naar het centrum. Onderweg worden we bijna omver gejogd door Beau van Erven Dorens. Gelijk een vinkje bij ‘ontmoeting met bekende Nederlander’ gescoord. We gedragen ons als echte toeristen. Kopen kaartjes voor de rondvaartboot. Genieten van de Oranje-sfeer overal (gelukkig hebben ze gewonnen). En lopen hand in hand over een zonovergoten Dam. We eten ’s avonds overheerlijk tussen de ‘echte’ Amsterdammers in De Pijp, bij Helden. En kruipen uiteindelijk moe maar zeer voldaan in ons hotelbed. Een dagje vakantie in eigen land. Moeten we eigenlijk vaker doen.

Bloemen

Een klein hupje naar links, schuin rechts naar boven, loodrecht omlaag, twee diepe brommen. De rest van de bijen kijkt enigszins argwanend naar Leo’s routebeschrijving. Het is een grapjas en hij vindt niets leukers dan doen alsof hij de hemel op aarde aan zalige bloemen heeft ontdekt. Om dan na een pokke-eind vliegen erachter te komen dat het weer een geintje was. En Leo door de lucht buitelt van het lachen natuurlijk. Maar ditmaal is het echt serieus, zo bezweert hij hen. Een overdaad aan kleine paarse bloemetjes en nog bijna niet ontdekt door de concurrent. Omdat, zo legt hij uit, ze op een dakterras staan. Het ligt in een soort kuil. Als je langs het dak vliegt van de ondergelegen winkel, heb je niet in de gaten dat er nog een balkon achter ligt. En daar staat dus die bloemenpracht. ‘Jullie moeten echt meekomen, jongens!’ Nou vooruit dan, deze ene laatste keer. Maar als ze op de bestemming aankomen, is er natuurlijk niets te zien. Zoals ze al dachten. Leo snapt er geen jota van (doet uiteraard alsof). Hij blijft op de aangewezen plek heen en weer vliegen, paniekerig om zich heen kijkend. Zoek het maar lekker zelf uit, vervelende bij! Tja, Leo wist natuurlijk niet dat we dit weekeinde eindelijk het dakterras onder handen gingen nemen. En dat de plantenbak tussen ons huis en voorheen de woning van mijn broer en schoonzusje nu helemaal weggebroken is. Sorry, Leo! Ze staan nu een metertje of zes naar links tegen de muur.

(Bijna) sweet sixteen

Dinsdag is Floppy jarig. Dan bereikt hij de gezegende leeftijd van 16 jaar. Voor een hond is dat hoogbejaard. En ondanks zijn regelmatige pogingen om wat extra aandacht te krijgen, gaat het eigenlijk uitstekend met hem. Niettemin: het blijft een hoge leeftijd. Ergens heb ik altijd gedacht dat hij 16 zou worden. Dat hield me op de been tijdens moeilijke momenten (hij gaat nog niet dood, hij wordt 16!). Nu is het dan bijna zover. Het zegt natuurlijk niets. Zelfs als mijn voorgevoel klopt, kan het nog steeds ’16, bijna 17 jaar’ worden. Want het is dus ook onze trouwdag. We gaan lekker samen een dagje weg. Op zijn 16e verjaardag! Hij mag naar ‘oma’ die al heeft beloofd dat ze samen met Sidney een klein feestje gaan bouwen.We blijven namelijk ook nog een nacht weg! Vandaar dat we hem voor alle zekerheid toch maar afkopen. We hebben niet een, maar gelijk twee nieuwe maanden voor hem besteld. Lekker stevige, met een opstaand randje. Omdat hij graag ergens tegenaan ligt. Met een heel dik kussen. Omdat zijn oude botjes dat prettig vinden. Manlief kwam vanmiddag naar me toe: ‘Mag Floppy zijn verjaardagscadeau al zien?’ De koerier stond aan de deur. En nu ligt de bijna birthday boy dus heerlijk in zijn nieuwe mand. Tevreden. Omdat hij nog niet jarig is. Nog drie nachtjes slapen.

Oranje

Vlaggetjes. Opblaashamers. Boa’s. Contactlenzen. Ballonnen. T-shirts. Toeters. Welpies. Petjes. Sokken. Hoeden. Boxershorts. Bandana’s. Voetballen. Veiligheidshesjes. M&M’s. Koffiekoeken. Trommels. Schmink. Klomppantoffels. Aanstekers. Worteltjes. Tompoezen. Badjassen. Wuppies. Pionnen. Pruiken. Lederhosen. Polo-shirts. Zonnebrillen. Plafondlampen. Pudding. Dalia’s. Vla. Speelgoedbeesten. Bekers. Bossche Bollen. Plastic oren. Haarverf. Alles is oranje. Wel een vrolijke kleur, eigenlijk.

Contactlenzen

Een van mijn contactlenzen levert een vaag zicht op. Een tijdlang weet ik het te negeren. Maar dan heb ik er genoeg van. Ik loop naar de damestoiletten om ‘m eens goed schoon te maken. De ruimte is leeg. De drie toiletten staan op groen. Mooi. Net als ik me verdiep in mijn poetsactie, hoor ik ‘pssst!’. Verbaasd kijk ik op. Er is niemand te zien. De toiletten staan nog steeds op groen. Ik vervolg mijn activiteit. Weer klinkt het: ‘pssst!!’ In de veronderstelling dat iemand misschien om aandacht vraagt en hulp nodig heeft, open ik de toiletdeuren. Niemand. Wat vreemd! Dan valt mijn oog op de luchtverfrisser, tegen het plafond aan in de hoek. Het is zo’n nieuwerwets ding die om de zoveel minuten automatisch een pufje luchtverfrisser spuit. Psssst! Als ik terug op mijn werkplek ben, zegt mijn collega: ‘Wat ruik je lekker!’ Ach ja, kwestie van schone lenzen.

Blij

Het is een van de dingen die manlief zo in mij adoreert (ok, waardeert). Een erfelijk belaste karaktereigenschap. Ik word blij van kleine dingetjes. De geur van het bos na een regenbui. Vers beddengoed. Een geintje tussen collega’s onderling. Een prachtige bos pioenrozen en violieren van mijn moeder, zomaar. Het vrijdag-gevoel. En datzelfde heb ik met de Oranje-actie van een grote supermarkt. Het vrolijke gezichtje van zo’n welpie geeft me een opgewekt gevoel. De Oranje-sfeer is al volop te merken. We hebben nog niet verloren. Dus alle kans om te winnen. De Oranje M&M’s liggen al in de kast. Herstel: manlief heeft ze gevonden. De Oranje M&M’s staan al op het boodschappenlijstje. Kortom, ik geniet van deze tijd. Toen ik Floppy ging ophalen bij mijn moeder, nam ik mijn eerste Oranje welpie mee naar binnen om het haar te laten zien. Sidney had de auto al gehoord en stond me op te wachten. Toen ze het Oranje beestje zag, werd ze gek. Ze sprong op en neer van blijdschap: ‘Wat is dat, wat heb je? Is het voor mij? Ja, natuurlijk is het voor mij! Ik vind ‘m leuk!!’ Ik kon welpie nog net tussen haar kaken vandaan grijpen. We hebben duidelijk nog iemand in de familie die blij wordt van kleine dingen.