Als kat en hond

Sidney ziet ‘m als eerste. Ze blaft enthousiast: ‘Kijk, een kat, mag ik ‘m?’ Maar ik trek beide honden mee. Geen gezeur, een kat is geen speelgoed. Bovendien is een haal over je neus ook geen geintje, zo houd ik haar voor als ze me verongelijkt volgt. Na een poosje steek ik de straat over, terug richting huis. De kat is er nog steeds, maar komt tot mijn verbazing naar ons toe. Sidney wil nogmaals ‘in discussie’, maar ik zie de platte oren en de hoge rug. Mijn opmerking dat een hond ook geen speelgoed is, is duidelijk aan dovemansoren gericht. En het nadrukkelijke ‘ksjt!’ heeft alleen een hoop gesis tot gevolg. Floppy is inmiddels doorgelopen naar de eerstvolgende boom, duidelijk niet geinteresseerd. Ik houd Sidney achter me in bedwang, terwijl de kat om ons heen loopt, niet in het minst onder de indruk. Dan neemt hij tot mijn ontsteltenis een aanloop en in springt met uitgestrekte klauwen bovenop de rug van mijn nietsvermoedende Floppy!! In dezelfde beweging brengt hij zichzelf achter een tuinhek in veiligheid, weg van mijn uitschietende voet. Floppy’s dikke vacht heeft de nagels gelukkig niet doorgelaten, we komen weg met de schrik. Als manlief later op de dag Floppy uitlaat en een andere baas met hond tegenkomt, blijkt dat de kat de buurt al langer terroriseert. De meesten lopen inmiddels een straatje om. Die kat spoort niet. Voorlopig moeten wij elkaar in elk geval maar niet tegenkomen!