Bloemen

Een klein hupje naar links, schuin rechts naar boven, loodrecht omlaag, twee diepe brommen. De rest van de bijen kijkt enigszins argwanend naar Leo’s routebeschrijving. Het is een grapjas en hij vindt niets leukers dan doen alsof hij de hemel op aarde aan zalige bloemen heeft ontdekt. Om dan na een pokke-eind vliegen erachter te komen dat het weer een geintje was. En Leo door de lucht buitelt van het lachen natuurlijk. Maar ditmaal is het echt serieus, zo bezweert hij hen. Een overdaad aan kleine paarse bloemetjes en nog bijna niet ontdekt door de concurrent. Omdat, zo legt hij uit, ze op een dakterras staan. Het ligt in een soort kuil. Als je langs het dak vliegt van de ondergelegen winkel, heb je niet in de gaten dat er nog een balkon achter ligt. En daar staat dus die bloemenpracht. ‘Jullie moeten echt meekomen, jongens!’ Nou vooruit dan, deze ene laatste keer. Maar als ze op de bestemming aankomen, is er natuurlijk niets te zien. Zoals ze al dachten. Leo snapt er geen jota van (doet uiteraard alsof). Hij blijft op de aangewezen plek heen en weer vliegen, paniekerig om zich heen kijkend. Zoek het maar lekker zelf uit, vervelende bij! Tja, Leo wist natuurlijk niet dat we dit weekeinde eindelijk het dakterras onder handen gingen nemen. En dat de plantenbak tussen ons huis en voorheen de woning van mijn broer en schoonzusje nu helemaal weggebroken is. Sorry, Leo! Ze staan nu een metertje of zes naar links tegen de muur.