Op een onbewoond eiland

Mijn leidinggevende vroeg laatst hoe het met me ging. Ik zit alweer een half jaar bij deze afdeling. Maar tot haar en mijn schrik moest ik bekennen dat er wel ruimte voor verbetering was. Onze relatie is prima. En de werkzaamheden zijn leuk, al slaat de balans wat te vaak door naar veel secretarieel werk. We gaan er vanuit dat dit een tijdelijke consequentie van deze hectische periode is. Nee, het lastigste is dat ik me regelmatig ‘alleen’ voel. Onze afdeling bestaat uit vier groepen, de leidinggevende en ikzelf. Ik hoor dus nergens echt bij. En dat is niet de bedoeling van deze functie noch van mijzelf. We spraken af dat ik me nadrukkelijker zichtbaar zou maken in ons team. Wat vaker aansluiten bij de gezamenlijke lunch in plaats van individuele netwerk-afspraken. Duidelijk maken wat ik allemaal kan. Kortom, toegevoegde waarde aantonen. Een leuke opdracht! En nu al gaat het beter. Er werd een 1 april-grap met me uitgehaald (dat doe je toch met iemand die je graag mag?) Een collega betrok me spontaan bij een activiteit: ‘Dat kun jij zo goed.’ En toen ik automatisch antwoord gaf op een centraal gestelde vraag van weer een andere collega, zei hij dat hij me voortaan ‘Wiki(pedia)’ ging noemen. Ik wist immers altijd alles en dat vond hij erg prettig! Volgens mij ben ik dus goed bezig. En een goed begin is al een halve samenwerking.