Poëziealbum

‘Stuur je gedichten!’, vroeg Neneh via haar log. Ze was druk bezig met verzamelen voor de jaarlijkse gedichtendag. ‘Ik ken er maar één’, protesteerde ik nog. Maar later kwam ik als vanzelf op mijn woorden terug. Ik ken er zeker weten veel meer. Al was het maar het liefdevolle gedichtje van manlief toen hij me net kende: ‘Jij, bent de twinkel in mijn ogen, krult mijn mondhoek omhoog, maakt me blij. En een voor een dwarrelden kleine en grotere gedichtjes uit mijn poëziealbum mijn geheugen binnen. Tijdens de afwas, onderweg naar kantoor. Zoetjesaan, niet allemaal tegelijk. Een gedichtje van een stagiaire uit Aruba die bij mijn grootouders in huis was. Van mijn oudtante, die allang het eeuwige voor het dagelijkse heeft verruild. Van mijn vader. Van mijn leraar uit de vierde klas lagere school, die geduldig in drie poëziealbums een gedichtje plaatste met een mooie tekening erbij. Ik glimlach bij de herinnering. Daar kan toch geen hedendaags voorgedrukt vriendenboek tegenop. Bedankt, Neneh, voor het geheugensteuntje!