Afscheid

We hadden een paar weken geleden al afscheid genomen van elkaar. Mijn collega’s van het vorige team en ik. Maar we wilden er toch ook nog op een beetje gezellige manier bij stilstaan. Dus gingen we samen koken. Een Italiaans buffet. Leuk om iedereen ook eens op die manier bezig te zien. En nog mooier om te merken, dat we ook daarin één team vormden: waar de een niet kon aardappelen schillen (of deed alsof), schoot de ander gelijk te hulp. En wat hebben we gelachen! Toen we eindelijk zaten om te gaan eten, vroeg mijn vorige leidinggevende om stilte. Ik was erin getuind! Iedereen had een persoonlijk cadeautje gekocht. En een kleine afscheidsspeech voorbereid. Ik kreeg het er warm van! Al die complimenten, die door sommigen zelfs duidelijk ontroerd werden geuit. Ik hield het maar nèt droog. Toen we aan het eind van de avond écht afscheid namen, was het weer flink slikken. Wat een fijn team! ’t Is oprecht jammer dat je niet álles kunt hebben in het leven.

Aanrijding

Je kon erop wachten. Vrijdagmiddag. Iedereen wil naar huis na een drukke werkweek. Het miezert een beetje. Op de snelweg wordt flink gas gegeven: weekeinde! En dan, ineens, bemerkt iemand dat er vóór hem wordt afgeremd. Hij drukt het rempedaal diep in. De achteropkomende automobiliste ziet het een fractie te laat. Ze gaat vol op haar rem en zwenkt naar rechts, de vrije rijstrook op. Maar door die actie raakt ze in een slip. Ze schiet door tegen de vangrail, kaatst terug tegen dezelfde voorligger en komt uiteindelijk tot stilstand op de vluchtstrook. De rijbaan ligt tjokvol afgebroken onderdelen. Een wieldop, een stuk bumper, veel glas. Ik reed eerste rang, maar had gelukkig voldoende afstand gehouden. Ik manoevreer dus voorzichtig om de ravage heen. Achter me hoor ik nog meer auto’s op elkaar botsen. Voornamelijk blikschade, gelukkig. Maar wel veel. Als ik een paar uur later de filemeldingen hoor, staat er nog steeds 12 kilometer stilstaand verkeer. ’t Is zo verleidelijk om snel aan je weekeinde te beginnen. Maar ik ben niet geraakt en heb het hele weekeinde toch mijn arm nauwelijks kunnen bewegen van de reactie-spierpijn. Durf er niet aan te denken hoe het met die anderen gaat.

Weet je nog wel, oudje?

Hij erfde me min of meer, ooit. Een vreemde start bij een nieuw bedrijf, want mijn leidinggevende, een collega en mijn eigen vader waren in een paar maanden tijd gestorven aan kanker. Best heftig als je nog geen 25 bent! Dus in plaats van een proactieve secretaresse trof hij eigenlijk een hoopje ellende aan. Maar het klikte. Hij was niet altijd even gemakkelijk. Ik ook niet. Hij plakte me regelmatig het liefst achter het behang. Terwijl ik dan al met een emmertje plak klaarstond voor een ‘passend antwoord’. En toch: we konden het goed met elkaar vinden. Werkten goed samen en leerden van elkaar. In leuke en in moeilijke tijden. Na tien jaar vond ik een functie iets verder bij hem vandaan. Een paar jaar later dook ik de communicatiehoek in. Maar we hielden contact. Ook toen hij buiten het bedrijf solliciteerde en vertrok. Hij was een van de eersten om te informeren hoe het toch met Floppy ging. Belt nog altijd op mijn verjaardag. Blokkeerde zijn drukke agenda om aanwezig te kunnen zijn bij mijn ‘ja’-woord aan manlief. En vanavond kwam ik hem ineens tegen. Zomaar, hier voor de deur. Hij had een zakendiner een eindje verderop in de straat en was aan de vroege kant. We hebben even staan praten. En namen toen hartelijk afscheid. Leuk je weer te hebben gezien! Groetjes aan iedereen, he! Ja, jij ook! Tot de volgende keer!