Hup daar is Willem met de waterpomptang

Er zit een barst in de spiegelwand van onze bibliotheek. Op zich vreemd, want die spiegel hangt daar al 8 jaar zonder problemen. Niettemin: het is geen gezicht, dus er moet een nieuwe komen. Inclusief montage, want ik ga zelf natuurlijk niet zelf lopen leuren met een stuk glas van 1 bij 2 meter. De bel gaat. In de deuropening staan twee heren die hun 50ste verjaardag al een aantal jaren geleden hebben gevierd. Net Ed en Willem Bever! Ja ja, uit de fabeltjeskrant! Ze inspecteren de ruimte en praten op precies dezelfde manier met elkaar! De ander aanvullend en inclusief voornaam plagend toesprekend. Dan moet de spiegel naar boven. Dat valt nog niet mee. Ze moeten ook echt even bijkomen. Maar het kopje koffie slaan ze af: eerst werk aan de winkel. De een leent zijn leesbrilletje aan de ander waardoor die juist niet de goede maat kan aflezen en mopperend terug loopt naar de auto om een latje correct op maat te zagen. Maar eindelijk zit de spiegel tegen de muur. Nu willen ze wel wat drinken. Met een koekje erbij. En een sigaretje. En een praatje. Voor het een kwartier verder is, heb ik de volledige gezondheidsituatie van beide heren over de afgelopen vijf jaar loepzuiver in beeld. Als ze vertrekken, krijg ik van allebei een stevige hand. Ze hebben het heel gezellig gevonden. Nou, ik ook! En nu maar knus naar jullie warme nestjes toe. Oogjes dicht en snaveltjes toe. Slaap lekker!

Nattigheid

Mijn vorige auto, een Volkswagen polo, was vanaf dag 1 het mikpunt van vandalen. Nu wonen we in een winkelstraat met coffeeshop, gokhal en poolcentrum. Dan vraag je er blijkbaar om. Maar toch is het niet prettig om keer op keer schade aan je auto te vinden. Dit veranderde toen ik mijn man leerde kennen en we overstapten op de voor hem (met zijn ooit gebroken stuitje) gemakkelijkere Opel Agilla. Als je, zijnde crimineel, het autootje ziet, heb je onbewust al mededogen met de eigenaren. En blijf je er dus blijkbaar vanaf. Tot een paar weken geleden. Toen bleek een van de hormonaal opgevoerde creaturen blijkbaar het autootje zó over het hoofd te hebben gezien, dat hij met een trapper ineens tegen de deur aan bleek te zitten. Met een lelijke deuk als gevolg. Goed, eigenlijk mag ik er niet om zeuren. Ons huidige exemplaar is parelgrijs en dat is in het donker nu eenmaal niet de meest opvallende kleur. Vrijdagochtend regende het toen ik instapte en weg wilde rijden. Dus ik zet in een reflex de ruitenwissers aan. Elke reactie bleef uit. Nadere inspectie leerde dat de ruitenwisser voor de bestuurder ontbrak. Ik heb ‘m teruggevonden, compleet afgebroken. Is nog niet meegevallen ‘m te verwijderen, want zo’n ding is zwaarder dan je denkt. Gelukkig kon de garage hem gelijk vervangen. Toch blijf je zitten met de vraag ‘Waarom?’. Het stormde en regende die nacht! Maar deze vandaal voelde blijkbaar geen nattigheid. Ik hoop maar dat hij er in elk geval een fikse verkoudheid aan over heeft gehouden.

Feest!

En zo rol je van de ene emotie in de andere. Want gisterenavond was er een groot feest van de nieuwe afdeling. Waar ik ook weer net zo vrolijk naartoe toog. Het kledingadvies was ‘Dress to impress’. Sommigen hadden dat wel heel letterlijk opgevat. Bij binnenkomst kreeg je een badge met daarop de activiteit waarbij je was ingedeeld. En zo stond ik samen met drie van mijn directe collega’s en een heleboel (nog) onbekende medewerkers naar een grote stevige Antilliaanse jongen te luisteren. Hij legde uit hoe ik het beste op een tambourim kon slaan (niet te verwarren met tambourijn natuurlijk). We deden eerst wat lacherig. Maar werden gaandeweg opgezweept door het ritme. Wat een sound! We kregen er echt plezier in. Na een pauze inclusief buffet traden alle groepen op. Er was een clubje die het finalespel van de Lama’s had opgepakt. Een andere groep liet al tapdansend hun net geleerde kunstje zien. Weer anderen rapten een zelfgemaakt gedicht. Wij waren de afsluiter. En terecht. Want het dak ging er letterlijk af! Het was vanochtend héél moeilijk om mijn ogen open te dwingen en aan een ‘gewone’ werkdag te beginnen!

Afscheid

We hadden een paar weken geleden al afscheid genomen van elkaar. Mijn collega’s van het vorige team en ik. Maar we wilden er toch ook nog op een beetje gezellige manier bij stilstaan. Dus gingen we samen koken. Een Italiaans buffet. Leuk om iedereen ook eens op die manier bezig te zien. En nog mooier om te merken, dat we ook daarin één team vormden: waar de een niet kon aardappelen schillen (of deed alsof), schoot de ander gelijk te hulp. En wat hebben we gelachen! Toen we eindelijk zaten om te gaan eten, vroeg mijn vorige leidinggevende om stilte. Ik was erin getuind! Iedereen had een persoonlijk cadeautje gekocht. En een kleine afscheidsspeech voorbereid. Ik kreeg het er warm van! Al die complimenten, die door sommigen zelfs duidelijk ontroerd werden geuit. Ik hield het maar nèt droog. Toen we aan het eind van de avond écht afscheid namen, was het weer flink slikken. Wat een fijn team! ’t Is oprecht jammer dat je niet álles kunt hebben in het leven.

Aanrijding

Je kon erop wachten. Vrijdagmiddag. Iedereen wil naar huis na een drukke werkweek. Het miezert een beetje. Op de snelweg wordt flink gas gegeven: weekeinde! En dan, ineens, bemerkt iemand dat er vóór hem wordt afgeremd. Hij drukt het rempedaal diep in. De achteropkomende automobiliste ziet het een fractie te laat. Ze gaat vol op haar rem en zwenkt naar rechts, de vrije rijstrook op. Maar door die actie raakt ze in een slip. Ze schiet door tegen de vangrail, kaatst terug tegen dezelfde voorligger en komt uiteindelijk tot stilstand op de vluchtstrook. De rijbaan ligt tjokvol afgebroken onderdelen. Een wieldop, een stuk bumper, veel glas. Ik reed eerste rang, maar had gelukkig voldoende afstand gehouden. Ik manoevreer dus voorzichtig om de ravage heen. Achter me hoor ik nog meer auto’s op elkaar botsen. Voornamelijk blikschade, gelukkig. Maar wel veel. Als ik een paar uur later de filemeldingen hoor, staat er nog steeds 12 kilometer stilstaand verkeer. ’t Is zo verleidelijk om snel aan je weekeinde te beginnen. Maar ik ben niet geraakt en heb het hele weekeinde toch mijn arm nauwelijks kunnen bewegen van de reactie-spierpijn. Durf er niet aan te denken hoe het met die anderen gaat.

Weet je nog wel, oudje?

Hij erfde me min of meer, ooit. Een vreemde start bij een nieuw bedrijf, want mijn leidinggevende, een collega en mijn eigen vader waren in een paar maanden tijd gestorven aan kanker. Best heftig als je nog geen 25 bent! Dus in plaats van een proactieve secretaresse trof hij eigenlijk een hoopje ellende aan. Maar het klikte. Hij was niet altijd even gemakkelijk. Ik ook niet. Hij plakte me regelmatig het liefst achter het behang. Terwijl ik dan al met een emmertje plak klaarstond voor een ‘passend antwoord’. En toch: we konden het goed met elkaar vinden. Werkten goed samen en leerden van elkaar. In leuke en in moeilijke tijden. Na tien jaar vond ik een functie iets verder bij hem vandaan. Een paar jaar later dook ik de communicatiehoek in. Maar we hielden contact. Ook toen hij buiten het bedrijf solliciteerde en vertrok. Hij was een van de eersten om te informeren hoe het toch met Floppy ging. Belt nog altijd op mijn verjaardag. Blokkeerde zijn drukke agenda om aanwezig te kunnen zijn bij mijn ‘ja’-woord aan manlief. En vanavond kwam ik hem ineens tegen. Zomaar, hier voor de deur. Hij had een zakendiner een eindje verderop in de straat en was aan de vroege kant. We hebben even staan praten. En namen toen hartelijk afscheid. Leuk je weer te hebben gezien! Groetjes aan iedereen, he! Ja, jij ook! Tot de volgende keer!