Aanrijding

Je kon erop wachten. Vrijdagmiddag. Iedereen wil naar huis na een drukke werkweek. Het miezert een beetje. Op de snelweg wordt flink gas gegeven: weekeinde! En dan, ineens, bemerkt iemand dat er vóór hem wordt afgeremd. Hij drukt het rempedaal diep in. De achteropkomende automobiliste ziet het een fractie te laat. Ze gaat vol op haar rem en zwenkt naar rechts, de vrije rijstrook op. Maar door die actie raakt ze in een slip. Ze schiet door tegen de vangrail, kaatst terug tegen dezelfde voorligger en komt uiteindelijk tot stilstand op de vluchtstrook. De rijbaan ligt tjokvol afgebroken onderdelen. Een wieldop, een stuk bumper, veel glas. Ik reed eerste rang, maar had gelukkig voldoende afstand gehouden. Ik manoevreer dus voorzichtig om de ravage heen. Achter me hoor ik nog meer auto’s op elkaar botsen. Voornamelijk blikschade, gelukkig. Maar wel veel. Als ik een paar uur later de filemeldingen hoor, staat er nog steeds 12 kilometer stilstaand verkeer. ’t Is zo verleidelijk om snel aan je weekeinde te beginnen. Maar ik ben niet geraakt en heb het hele weekeinde toch mijn arm nauwelijks kunnen bewegen van de reactie-spierpijn. Durf er niet aan te denken hoe het met die anderen gaat.