Uniek

Het begon er al mee dat Floppy resoluut over de drempel van de praktijk stapte. Zo van: ‘Als het dan toch moet gebeuren, dan kunnen we het maar beter snel achter de rug hebben!’ En in tegenstelling tot andere maandagavonden, zat er niemand in de wachtruimte. We konden gelijk doorlopen. De dierenarts keek bedenkelijk. De pijn in mijn buik verhevigde. ‘Tja’, zei hij, ‘het is een uniek exemplaar. Het goede nieuws is dat het geen kanker is. Maar ik heb geen idee wat het dan wel is geweest!’ Hier keken we van op. Hij had een sterk vergrote milt. Maar het was een bloederige massa geweest. Geen samenhangend weefsel. Misschien dat het ergens anders in zijn lijfje ook zit. Aan de andere kant: misschien ook niet. Zijn nieren zijn beschadigd door de inwendige bloeding. Maar dat hoeft niet onherstelbaar te zijn. Floppy moet vaker dan anders naar buiten, maar zijn conditie gaat elke dag vooruit. En de wond is mooi genezen. Toch baalde de arts er zichtbaar van dat hij geen antwoord had. Hij is een kundig specialist, met name voor honden. We keken elkaar eens aan. Floppy keek nadrukkelijk naar de deur. En dat bleek een goed idee: ‘Ik zal het nog met mijn collega’s bespreken, maar ik kan nu niet anders doen dan jullie nog veel plezier met Floppy wensen. Geniet maar gewoon van hem. Wat het ook is geweest, op dit moment gaat het goed met hem’. Ik heb Floppy extra geknuffeld in de auto op de terugweg. Hij is uniek. Maar dat wisten wij allang!