Koud

Sinds een paar jaar heeft ons hotel een heuse vijver. Niet eentje om alleen naar te kijken. Je kunt er ook in te zwemmen. Tussen waterlelies, vissen en onder de waterval door. Het was voor mij een heuse uitdaging om er een keer in te duiken, maar ’s winters is me dat toch echt iets te gortig. En hoewel hier een week geleden nog sneeuw lag, is het nu al een paar dagen prachtig weer. ’s Avonds en ’s ochtends heerlijk koel en overdag een warme zon. Dus toen we enigszins bezweet van een lange wandeling terugkwamen, was het besluit snel genomen: badkleding aan en naar buiten. Maar het was koud! Kouder dan koud! Alsof je in het dompelbad van een sauna zakte. De vissen schoten alle kanten uit van mijn gespetter. Manlief gedroeg zich een stuk stoerder en ook mijn moeder toonde zich een huzaar. Ik heb het even uitgehouden voor het bewijsmateriaal en hield het verder voor gezien. Toen we ons afdroogden en de spullen weer bij elkaar raapten, miste manlief zijn zonnebril. Alles werd afgezocht maar helaas. Totdat hij even in het water keek. Daar lag hij, midden in het diepste gedeelte van de vijver! Even keek hij hoopvol naar mijn moeder en mij. Maar wij keken zeer nadrukkelijk naar die prachtige blauwe lucht. Dus hij hij kon hoog of laag springen, maar in elk geval in het water. Eenmaal weer op het droge in een warme handdoek kon hij nog net uitbrengen: ‘ Hhhhhij is in elk geval weer mmmmmooi schoon!’