Deurbel

Vanavond zijn manlief en ik weer op pad geweest voor de jaarlijkse kankerbestrijdingscollecte. ’t Is best een opgave. Eén keer alle adressen uit je wijk en dan later in de week nog een rondje bij de huizen waar niet werd open gedaan. Maar door de ziekte en sterfdatum van mijn vader (2 september) wel iets waar ik me nauw bij betrokken voel. En zo bel ik een keer of 100 bij de diverse woningen aan. Ik houd van een rinkelende bel. Wij hebben een ouderwetse deurbel. Zo een van gietijzer met een ijzeren balletje. Hij zit vast aan een veer, die via een touwtje aan de trekhaak naast de deur is verbonden. Je moet soms even wat kracht zetten, maar dan krijg je ook wel een prachtig geluid te horen. Soms druk je op het knopje en hoor je niets. Dan druk je nog een keer, voor het geval het knopje een beetje vast zit of zo. En komt er iemand hardhollend naar de voordeur: ‘Waar is de brand, ik hoorde je de eerste keer al, hoor!’ Gelukkig zijn ze niet boos als ze zien waarvoor je komt. Een kwestie van letterlijk en figuurlijk aan de bel trekken voor het goede doel. En daar doe je het allemaal voor.