Stel …

Stel … Iemand die je graag mag, heeft echt een rottijd achter de rug. Je hebt natuurlijk waar mogelijk en nodig een troostende hand uitgestoken. Hem bemoedigend toegesproken. Maar kon eigenlijk zo weinig doen om het leed te verzachten. En dan. Ineens loopt hij weer wat rechter. Schijnt de zon door de wolken. Roze wolken welteverstaan. Een bepaalde naam komt regelmatig in de gesprekken naar voren. Tè regelmatig. Ach, jij bent een vrouw. Jij hebt het natuurlijk veel eerder door dan hij. Maar dan ben je dan ook vrouw voor. Je gunt het hem zo en geniet in stilte. Dan breekt eindelijk het moment door: hij vertelt het. Maar hij vertelt het in zwaar vertrouwen. En laat je beloven om niets te zeggen. Hij wil er eerst zelf nog even van genieten voor het wereldkundig wordt. Daar kun je je iets bij voorstellen. Maar je bent dus een vrouw. Van nature nieuwsgierig aangelegd. Je kunt geheimen bewaren, dat spreekt vanzelf. Maar het kost moeite. Meer moeite naar gelang de grootte van het geheim. En meer moeite naarmate de embargoperiode groter is. Met andere woorden: je barst bijna uit elkaar!! Wat doe je? Goeie vraag! Wie het weet, mag het zeggen!