Kippetjes

Sinds een tijdje rijd ik met twee carpoolers doordeweeks naar kantoor. Met hem al een aantal jaren, met haar sinds een paar maanden. Gezellig, handig en het scheelt in de kosten. Een tijdje geleden viel hij met de deur in de auto: zijn vriendin en hij gingen uit elkaar. We waren er stil van. Maar hij deed er redelijk luchtig over. Het was gewoon niet meer zoals het was geweest en ze waren allebei tot de conclusie gekomen dat ze beter apart verder konden gaan. Die dingen gebeuren nu eenmaal. De weken gingen voorbij en je zag ‘m stiller worden. Het was toch minder eenvoudig dan gedacht om na zo’n tijd de boel te verdelen en ineens weer vrijgezel te zijn. We hielpen hem waar we konden met advies en goede raad en vooral afleiding. Vanmiddag viel het me eigenlijk pas goed op: zodra hij als eerste wordt afgezet op de terugweg en de deur achter hem dicht valt, beginnen wij als twee kippetjes te kakelen. Dat hij zo witjes ziet. Dat hij duidelijk tegen het stille huis aanhikt. Dat we ‘m in de gaten moeten houden. Dat we … Nou ja, we bedoelen het goed. Eigenlijk zijn we dus twee bezorgde kippetjes. Nou maar hopen dat het met de haan snel weer in orde komt.

Moederdag

Het is kwart over 9. Uitgerust rek ik me uit. Buiten het wekelijkse belletje trekken om 4 uur ’s nachts heb ik ongestoord en heerlijk geslapen. Ik ga onder de douche met de Hamman-geschenkset van Rituals, die ik mezelf gisteren cadeau heb gedaan. Het ruikt zalig en mijn huid knapt er zienderogen van op. Manlief wordt wakker en nadat hij dat ene plekje tussen mijn schouderbladen en onderrug waar ik nét niet bij kan heeft ingesmeerd met geurige lotion, stapt ook hij onder de douche. We ontbijten op ons gemak met zondagse broodjes. Dan gaan de schilderkleren weer aan: nog een paar dagen, dan is de verbouwing achter de rug. Met dank aan twee vrienden van mijn moeder, die ons een paar dagen hebben geholpen met het beitsen van alle boekenkasten. Het schiet lekker op en door het open raam hoor ik de zes jonge koolmeesjes die sinds een paar dagen ons dakterras bevolken gezellig naar elkaar kwetteren. De bel gaat: de overbuurman die op zondag meestal gezellig mee-eet, brengt een bos bloemen als bedankje. We zakken om vijf uur op de bank met een glaasje wijn en laten ons het daaropvolgende eten goed smaken. Ik zet een feelgood movie op, die zijn naam eer aan doet: tevreden kruip ik mijn bed in. Ook al is het dan geen moederdag voor mij: ik heb toch een heerlijke zondag achter de rug.

Soms

Soms is het goed om gewoon eens even goed uit te huilen. Even nergens aan denken, je vooral ook niet generen, gewoon even uithuilen om het maakt niet uit wat. En daarna weer opnieuw beginnen. Soms is het goed om eens even over de grond te rollen van het lachen. Gieren tot je geen adem meer krijgt. Het maakt niet uit als omstanders geen idee hebben wat er nou zo lollig is. Lachen totdat je niet meer kunt. En dan weer verder. En soms heb je daar wat hulp bij nodig. En die wordt dan ook in dank aanvaard.

Fietsen

Ik fiets regelmatig, maar dan vooral kleine stukjes. De wekelijkse boodschappen haal ik met de auto, dat is teveel gedoe met een doosje achterop en tassen aan het stuur. Vroeger was ik een trouwe participant aan de Landelijke Fietsdag (wist overigens helemaal niet dat die sinds vorig jaar niet meer bestaat!) Samen met een groep vrienden en vriendinnen fietsten we door de omgeving. Mandje met versnaperingen en fietsroute aan het stuur. Ergens heb ik nog twee medailles met jaartallen liggen. Maar op Ameland kwamen we eigenlijk voor het eerst sinds heel lang weer op het idee om een grotere fietstocht te gaan maken. Een wens van mijn moeder kwam uit: zij en ik huurden een tandem. Een nachtmerrie van Sidney en Floppy kwam ook uit: zij moesten samen in een hondenbak achter de fiets van manlief. Hij had geen bel nodig, ze blijven blaffen. Even heen en weer naar de vuurtoren werd stiekum een tocht van een kleine 30 kilometer! Maar het weer was heerlijk en je komt op heel andere plaatsen dan te voet of met de auto. Zo fietsten we midden tussen spelende lammetjes en langs de broedplaats van een meeuwenkolonie. De volgende dag kon ik nog precies aanwijzen waar het zadel had gezeten. Maar het tochtje was wat mij betreft in elk geval voor herhaling vatbaar!

Hyves

Terwijl mijn kapster druk doende is met de voorbereiding van het kapsel ter gelegenheid van het huwelijk van mijn broer en aanstaande schoonzusje, kijkt een jong meisje geïnteresseerd toe. Ik schat haar een jaar of veertien (later blijkt dit een prima schatting te zijn!). Ze wil als ze groot is absoluut kapster worden. Maar omdat ze nog te jong is voor een stageplaats, mag ze af en toe meehelpen met het opvegen van haren en aanreiken van een kopje thee. Ze babbelt intussen honderduit. Ik wijs op de foto van de feestjurk en vraag haar of ze ‘m net zo cool vindt als ik. Ze trekt een vies gezicht. Cool is uit, not done, weergaloos ouderwets. ‘Hip’ is nu hét woord. Ik trek een braaf gezicht en bedenk dan ineens dat ik al een paar weken het woord ‘hyves’ op de radio hoor, zonder te weten waar het nou precies om gaat. Ze legt het geduldig uit, alsof ze tegen een klein kind praat. ‘Je kunt hyves vergelijken met een soort vriendenboek, maar dan digitaal. Iedereen heeft het, het is hartstikke hip’. Ik kijk beteuterd, ben blijkbaar inmiddels al zo ‘oud’, dat ik zelfs geen hyvesverzoeken heb gekregen. Als ik even later afreken, staat ze naast me. ‘Weet je, je valt best mee, hoor. En dit kapsel staat je echt hip!’ En daar kan ik het mee doen. Opgelucht trek ik de deur achter me dicht!

Garnalen

We zitten in de slotfase van de verbouwing: de inrichting van de bibliotheek. En aangezien we een vrij ambitieus Open Huis hebben vastgesteld op 26 mei, zit de druk er goed op. Bijna alle bestelde kasten zijn geleverd, inclusief 82 boekenplankjes. Maar … ze moeten dus nog wel worden gebeitst. Tweemaal! Dus sinds een paar dagen vliegt het schuurpapier, de kleefdoekjes en de krachttermen omdat de beits op waterbasis met deze temperaturen zo snel droogt je om de oren. Ik voel me af en toe net die garnalenpelster uit de reclame: zodra ik een plankje of een kast af heb, meldt de leverancier zich alweer met nieuwe voorraad. Gelukkig krijgen we morgen wat extra handjes. En dat het straks meer dan de moeite waard is, is nu al te zien!

Even wennen

Niet alleen wij, maar ook Floppy heeft nu tweemaal zoveel ruimte als dat hij gewend was. Hij loopt regelmatig een rondje om te kijken wat waar staat en wat hij daarvan vindt. De bibliotheek vindt hij niet zo heel geweldig: het opstapje is voor hem wat lastig. Hetzelfde geldt voor de trap naar de berging: daar ligt geen vloerbedekking en dus heeft hij (te) weinig grip. Maar over het algemeen is hij tevreden. Wel blijkt nu dat hij te weinig manden heeft. Naast ons bed ligt er een om op te slapen. En in de woonkamer staat een exemplaar voor overdag. Maar ja, als wij in het nieuwe gedeelte zijn, wil hij ook aansluiten. Gelukkig zijn er altijd mogelijkheden. Je moet ze alleen willen zien. En aan zijn ogen mankeert dus blijkbaar nog niets ondanks zijn bijna 15 jaren!

Nasmaak

Ze is bijzonder meegaand, al zegt ze het zelf. Ze heeft een vrolijk en opgewekt karakter en toont zich aanhankelijk en waar nodig behulpzaam. Goed, volgens haar ras zou ze hyperintelligent moeten zijn. Maar ach, elke familie kent zijn of haar zwarte schaap, nietwaar!? Toch is ze over het algemeen snel van begrip en redelijk volgzaam. Stelt geen onnodige eisen en houdt rekening met de gebreken van anderen. Maar toch… Op de ene of andere manier had ze toch verwacht dat er wel wat speciale aandacht aan haar zou worden besteed. Zeker als je kijkt hoe de rest van de familie met het fenomeen omgaat. Vanochtend dacht ze nog dat het een misplaatst grapje was. Dat ze deden alsof. Maar toen er zelfs tijdens de lunch niet op haar werd getoast, ging er een lampje branden. Een miniscuul klein duwtje in de goede richting deed de rest. Ja, toen werd ze wel ineens bejubeld en geknuffeld. Maar Sidney zal toch altijd met een nasmaak aan haar eerste verjaardag terugdenken!