Sneeuw

En weer zitten we als vanouds in ‘ons’ hotel, waar we in megaveel watjes worden gelegd door eigenaar, eigenaresse en medewerkers. We komen hier al jaren en zolang het niet verveelt, gaan we terug. Het is de familievakantie: moeder met kinders, aanhang en familievriend. Als we de sneeuw voldoende hebben getest (en accoord bevonden al ligt er niet zoveel als vorig jaar), lopen we door besneeuwde velden naar het andere hotel van de familie voor een bijkletspraatje en koffie met de eigenaresse, tevens vriendin van mijn moeder. Verhalen van het afgelopen jaar wisselen elkaar af. De storm en onze belevenissen van een paar weken geleden wordt in geuren en kleurten verteld. En het weeralarm van een paar dagen geleden. Als ik haar vertel dat er bij ons veel sneeuw is gevallen, vraagt ze geinteresseerd naar de hoeveelheid. Om vervolgens in lachen uit te barsten. ’15 centimeter? Dat is toch niet veel!?’ Als ze mijn beteuterde gezicht ziet, corrigeert ze zichzelf snel. ‘Sorry, mijn fout. Voor jullie is het natuurlijk wel veel. Maar als wij in een winter maar 15 centimeter zien vallen, is het echt tranen met tuiten!’ Tja. Beauty lies in the eyes of the beholder. Sneeuwhoeveelheden blijkbaar ook.