Alles moet weg

Voor het 65ste verjaardagsfeest van mijn moeder wil ik uiteraard een leuke nieuwe outfit. Maar dat valt op dit moment niet mee. Heel veel kledingstukken zijn terecht afgeprijsd: daar wil je niet dood in gevonden worden! Als ik tussen de nieuwe collectie snuffel, vind ik een trendy rok met jasje. Eigenlijk een beetje te trendy naar mijn zin, maar ja, het is natuurlijk wel voor het feest. Zodra ik uit de paskamer kom om het resultaat voor de grote spiegel te bekijken, hoor ik ineens achter me: “Goh, mevrouw, dat staat móói!’ Een verkoopster is de paskamers binnengekomen. Ze lijkt oprecht enthousiast, maar ik twijfel. Kijk nog eens en nog eens, maar kan niet besluiten. Ze plukt wat hier en daar en wijst op de fraaie getailleerde lijnen. De kleding is niet goedkoop en aangezien ze geen geld teruggeven, besluit ik versterking te halen. De verkoopster hangt het setje gedienstig weg en haalt het een half uur later met een brede lach weer tevoorschijn. Mijn moeder hoeft er echter maar één blik op te werpen en zegt dan resoluut: ‘Lieverd, het staat je ab-so-luut niet! Je lijkt minstens 20 kilo zwaarder!’ De verkoopster is opeens druk bezig met een andere klant en laat het aan een collega over om de outfit weer in ontvangst te nemen. Ze kijkt me schichtig aan als ik langs haar loop en vriendelijk bedank voor het weghangen van de kleding. Zo schichtig, dat ik vermoed dat ze het eigenlijk roerend met mijn moeder eens is. Blijkbaar is niet alleen in liefde en oorlog, maar ook tijdens de uitverkoop alles geoorloofd.