Kapster

Normaalgesproken gaat Floppy rond deze tijd een keer extra naar de kapster. Om er tijdens de feestdagen netjes uit te zien. Het is beslist niet een van zijn hobbies. Ondanks dat het een leuke meid is, trilt hij als een juffershondje zodra we voor de deur stoppen. Hij smeekt me bijna om niet te worden achtergelaten. Laatst hadden mijn man en ik het er weer eens over. Floppy is hoogbejaard: 14,5 jaar oud. Hij is een kras baasje, maar ooit houdt zijn hartje op met slaan. Niet aan denken. Maar we vragen ons dus af in hoeverre we hem nog met ‘onnodige’ stress moeten confronteren. Het besluit was snel genomen. Dierenarts: ja. Kapster: nee. Maar dat liet onverlet dat hij wel hoognodig gekortwiekt moest worden. Dus pakte ik zelf de schaar. Dat dit stiekum toch ‘onnodige stress’ veroorzaakte, moge duidelijk zijn. Vooral als ik in de buurt van billen en oren kwam. Maar het resultaat mag er na een uurtje wel wezen. Floppy kijkt heel vrolijk uit z’n ogen! Zijn kapster zou trots op me zijn.

Dashond

Ik zag ‘m hangen en kon de verleiding niet weerstaan: een hartstikke leuke zwart-grijze sjaal met pompoentjes eraan. Ik heb meer dan genoeg sjalen en het weer hier in Nederland geeft niet echt veel gelegenheid om er een te dragen. Maar hij zat in de uitverkoop voor de helft van de prijs. Trots sloeg ik ‘m om mijn hals. Op kantoor kreeg ik leuke complimentjes. Ik was blij. Maar toen ik bij mijn moeder langsging om ‘m te showen, zag Sidney de sjaal nog net even eerder. Ook zij vond ‘m dol, vooral die balletjes! Voordat ik met mijn ogen kon knipperen, had ze er al een vakkundig verwijderd en haar kaken om twee anderen zitten. Ik kon ze nog net redden! Beteuterd hield ik de sjaal in mijn handen. Moest ik nu voortaan bedacht zijn op de aanwezigheid van Sidney? Dat was niet de bedoeling! Gelukkig keek Floppy me eenmaal thuis verwachtingsvol aan. Hij vond de sjaal ook leuk. En lekker warm. Bovendien wordt het de komende week een stuk kouder en zijn botjes kunnen best wat extra warmte gebruiken. Nooit geweten dat hij een echte dashond was!

Louis heeft gelijk

Het was al een hele tijd geleden afgesproken. En door omstandigheden een paar keer verzet. Maar vandaag gingen mijn vriendin en ik shoppen. We liepen van de ene naar de andere winkel. Kleding, kerstartikelen, dvd’s, alles wat ons interesseerde. En uiteraard werd er geld uitgegeven! Toen we bij de kassa stonden om af te rekenen, zag ik op de richel eronder een portemonnaie liggen. Pasjes en rijbewijs waren zichtbaar. Ik wees de kassajuffrouw erop. ‘Krijgen we dat weer!’ zei ze, ‘Kan ik er weer achteraan!’ We keken elkaar verbaasd aan. ‘Hoe bedoelt u? Ik weet wel dat ik behoorlijk in paniek zou raken als ik mijn portemonnaie kwijt raakte!’ ‘Nou’, antwoordde ze, ‘het gebeurt wel vaker. En we moeten altijd behoorlijk wat moeite doen om de eigenaar te achterhalen. Vaak zelfs zonder bedankje!’ Ze was humeurig, dus ik geloofde er eigenlijk niet zoveel van. Maar in de volgende winkel wees een verkoopster ons op een handtas ergens bij een kledingrek: ‘Verlies ‘m niet uit het oog, dames, straks bent u ‘m kwijt!’ Maar het was niet de onze! Even later zag ik een ongeinteresseerde eigenaresse de tas weer in ontvangst nemen. Om met de woorden van Louis van Gaal te spreken: Ben ik nou zo slim, of zijn zij nou zo dom?

Verrassing onder de boom

Ook al sta ik niet achter de ver-Amerika-nisering van ons land, ik vind het wel leuk om kerstcadeautjes onder de boom te leggen. Mooi verpakt in glinsterend papier met strikken en tierelantijntjes. En uiteraard worden die pakjes met kerstmis aan vrienden en familie uitgereikt. Een aantal geschenken had ik een tijdje geleden al gekocht. Te leuk om te laten liggen en je zult zien dat je je er anders tegen kersttijd kwijt naar zoekt. Gisteren heb ik ze uit de kast gehaald, ingepakt en ze een plekje onder de boom gegeven. Het ziet er feestelijk uit. Maar toen ik vanmiddag Floppy wilde uitlaten, kon ik ‘m nergens vinden. Overal gezocht, op al zijn favoriete en minder favoriete plekjes, maar geen hond te vinden. Toen viel mijn oog ineens op een oor. Een hondenoor. Tussen de dennentakken! Wat bleek: hij was voorzichtig onder de kerstboom gekropen en lag in een hoekje te slapen. Omgeven door cadeautjes en het groen viel hij niet op. Iemand krijgt dit jaar wel een heel verrassend kerstgeschenk!

Zeelucht

Ook zeelucht is goed voor hoofd, hart en longen. Dus besluiten mijn moeder en ik naar het strand te rijden. We boffen met het weer: zon met een koude wind. Sidney gaat door het lint als ze de zee ziet (maar er is niet zo heel veel voor nodig om Sidney door het lint te laten gaan). Floppy gedraagt zich naar zijn leeftijd en stapt een stuk beheerster op het zand. Tot het moment dat hij een stuk hout (formaat openhaardblok) ziet liggen. Hij duikt er opaf en laat zich niet bidden om het af te staan. We lopen een heel eind langs de branding. Dan kijkt mijn moeder me aan: ‘Sorry, maar ik moet eigenlijk heel nodig naar het toilet!’ Tja, de strandtenten zijn gesloten. En het is niet echt aanlokkelijk om met blote billen in de ijzige wind achter een duin te gaan zitten. Dan klaart mijn gezicht op: mijn schoonmoeder woont hier niet al te ver vandaan. We lopen terug naar de auto en staan even later op de stoep. ‘Dag mevrouw’, zegt mijn moeder terwijl ze van het ene op het andere been huppelt, ‘mag ik heel alstublieft even van uw toilet gebruik maken?’ Mijn schoonmoeder schiet in de lach: ‘Wat een verrassing, kom gauw binnen!’ Een uur, een kop thee en drie chocolaatjes verder stappen we weer in de auto. Wat is het toch gezellig om hard aan je conditie te werken!

Werkdruk

Mijn leidinggevende is erg zuinig op mij en wil dus niet dat ik meteen volledig aan de slag ga na de heftige astma-aanval van vorige week. ‘Begin maar eens rustig met halve dagen thuis, dan kijken we daarna wel verder’. En ‘baas’ zijn wil is wet, dus ik log om half 10 pas aan. Meteen vliegen allerlei MSN-berichten van collega’s over het scherm. Hoe het met me is, of ik inderdaad goed aan mezelf wil denken en vooral rustig aan zal doen. Fijn om te merken dat ze me hebben gemist. Als ik iedereen naar tevredenheid te woord heb gestaan, ga ik aan de slag. Er ligt behoorlijk wat werk, maar het is te overzien en volgens mij kan ik het grootste deel in een paar uur wel wegwerken. Dan belt de baas. Hoe het gaat. En hoe laat ik denk af te sluiten. En of ik besef dat hij daar dus ook echt op staat! ‘En dan nu zakelijk’, vervolgt hij. ‘Ik heb even je hulp nodig bij een presentatie.’ Na ruim een uur hangt hij op. De presentatie is af en ziet er prima uit. Maar mijn oren toeteren en de bijbehorende activiteiten (plannen van bijeenkomst, vergaderruimte en -faciliteiten) moeten meteen worden geregeld. Helaas zit dat tegen: als de een agendatechnisch kan, heeft de ander een overleg dat niet te verzetten valt. En als de groep eindelijk één gezamenlijk moment beschikbaar heeft, zijn alle vergaderruimtes bezet. Al met al ben ik er nog eens een uur mee bezig en geen stap gevorderd met de oorspronkelijke berg werk. Het wordt doorjakkeren, maar het lukt me nèt om op tijd af te sluiten. Ik wis het zweet van mijn voorhoofd en pak een boterham. ’t Is hard werken, dat rustig opstarten! Met nogmaal dank aan de baas!

Kerstjuwelen

Als de kersttijd weer aangebroken is, komen er dozen uit de berging, tot de nok toe gevuld met kerstjuweeltjes. Elk item heeft zijn eigen verhaal. Zo is er een trein: kerstman in de locomotief met drie wagonnetjes vol cadeautjes. Gekregen van mijn moeder. Een kerstbal in de vorm van een porceleinen eikel met Knabbel en Babbel eronder, in Amerika bij de Disneystore besteld. Twee kandelaars in de vorm van kerstman en kerstvrouw, nog van mijn oma gekregen. Een kaars in de vorm van een sneeuwpop, waar mijn toenmalige baas me mee verraste. En ieder jaar wordt de dierbare collectie aangevuld met minimaal één nieuw pronkstuk. Mijn man houdt het met argusogen in de gaten. Hij geniet van mijn blijdschap, maar er zijn grenzen. Zo trok hij een streep bij de kerstverlichting voor het raam, bestaande uit rendiertjes met een rood lampje als neus. Maar voor het overige laat hij het over zich heen komen, het zijn maar drie weken per jaar. Zo vond ik gisteren stoelhoezen in de vorm van een kerstmuts. Ik was er weg van, maar liet ze enigszins voorzichtig thuis zien. Kan dit? Tot mijn verbazing vroeg mijn man of ze er nog meer hadden. ‘Want’, zo zei hij, ‘als we volgend jaar de verbouwing achter de rug hebben en we met de hele familie aan tafel zitten, zou het dan niet leuk zijn als élke stoel zo’n hoes had?’ Ik staarde hem stomverbaasd aan. Maar hij was serieus. Ik had precies drie minuten nodig om terug in de winkel te komen. Buiten sprak een man mij aan. ‘Pardon mevrouw, weet u of ze hier kerstmutsen verkopen’, vroeg hij met een knipoog. Ik lachte, met mijn armen vol stoelhoeskerstmutsen: ‘Ja, maar ze zijn net uitverkocht!’

K-boom

We rijden naar onze kerstboomhandelaar. Net als andere jaren vind ik vrij snel de perfecte bomen. De man helpt met het inladen, waar ik blij mee ben, want echt fit voel ik me nog niet. Eenmaal thuis probeer ik de boom in de standaard te krijgen. Maar dat valt niet mee. Hij stribbelt aan alle kanten tegen en wil niet wat ik wil. Dan ineens valt hij naar voren. De kroonluchter hangt gelukkig ‘in de weg’ en voorkomt dat de boom alles op tafel verplettert. Ik slaak een vloek: ‘K-boom!! (lees: Kerstboom) En nou luisteren, anders zwaait er wat!’ In de overtuiging dat dit helpt, sla ik nog een keer mijn armen om hem heen. Een naald prikt venijnig in mijn oog, maar dan is het ook afgelopen: hij staat. Als mijn man thuiskomt, vertel ik het verhaal. Maar die schudt nadrukkelijk zijn hoofd. ‘Daar trap ik dus niet in, he! Eerst hoor ik weken achter elkaar dat Sinterklaas wél bestaat. En nu moet ik dus geloven dat ook de kerstboom een eigen leven leidt?! Dat hij zometeen dus met z’n takken naar me zwaait?!’ Ik schud mijn hoofd. ‘We hebben een paar stevige woorden gewisseld. Hij heeft plechtig beloofd dat hij de rest van het jaar doodstil blijft staan.’ Mijn man lacht. Maar achter zijn hoofd zie ik takken bewegen. De warme luchtstroom naar het plafond? Ik weet wel beter en knipoog terug (met mijn pijnlijke oog). Vrede op aarde. En in mensen en bomen een gevoel van welbehagen!

Uit de lucht

De laatste dagen was ik uit de lucht. Letterlijk! Sinds mijn vroege jeugd heb ik al last van benauwdheidsverschijnselen. ‘Astma als gevolg van allergie’, werd er gezegd. ‘Daar groeit ze wel overheen.’ Dat klopt, ‘ze’ groeide er inderdaad overheen. De dagelijkse medicatie werd vervangen door ‘in geval van nood-capsules’, die ik twee a drie keer per maand nodig heb. Maar de laatste weken ging het minder goed en pakte ik ze steeds vaker. Na weer een ademloze nacht kon en wilde mijn man het niet langer aanzien en bracht me naar de huisarts. Die schreef onmiddellijk zwaardere medicijnen voor en gaf me huisarrest: ‘Rust en beslist geen huishoudelijk werk!’ Vanochtend moest ik terugkomen. Hij was ‘niet ontevreden’. Ik mag de medicijnen afbouwen en moet over een paar weken terugkomen. Dan laat hij mijn longen weer eens helemaal nakijken, gewoon, bij wijze van onderhoudscontrole. ‘In de tussentijd kun je stomen met eucalypthus- of dennenolie’, zei hij. ‘Die geuren zijn goed voor je luchtwegen!’ We gaan straks dus maar gelijk een kerstboom kopen. Op doktersadvies!

Lichtgevend voorbeeld

Sidney is nu zeven maanden oud. Bijzonder aanwezig. Bijzonder speels. Bijzonder ondeugend. Ze haalt streken uit die je wel kunt maar niet wil verwachten. Ze keurt versgebakken appeltaart of het beleg van je brood. Ze versnippert de gebruiksaanwijzing van de skibox en de schoonmaaksponsjes. Ze terroriseert Floppy met haar jeugdige charmes. En zo kunnen we nog wel even doorgaan. Maar vandaag spande ze echt de kroon. Toen mijn moeder vorig jaar erg ziek was, kreeg ze een klein rubber fluoriserend eendje voor op het nachtkastje. Als ze dan weer eens wakker lag van de pijn, had ze een lichtpuntje om zich op te richten. Sindsdien waakt het eendje over haar als het donker is. Tot vanochtend. Want toen speelde Sidney op de slaapkamer. En vond het eendje. Samengevat: het eendje is niet meer. Gelukkig had ik nog een reserve-eendje achter de hand gehouden voor noodgevallen. Dus mijn moeder kan gerust zijn en hoeft geen donkere dagen en nachten te vrezen. Maar ik ben erg benieuwd of Sidney vannacht licht geeft in het donker!