Kerstjuwelen

Als de kersttijd weer aangebroken is, komen er dozen uit de berging, tot de nok toe gevuld met kerstjuweeltjes. Elk item heeft zijn eigen verhaal. Zo is er een trein: kerstman in de locomotief met drie wagonnetjes vol cadeautjes. Gekregen van mijn moeder. Een kerstbal in de vorm van een porceleinen eikel met Knabbel en Babbel eronder, in Amerika bij de Disneystore besteld. Twee kandelaars in de vorm van kerstman en kerstvrouw, nog van mijn oma gekregen. Een kaars in de vorm van een sneeuwpop, waar mijn toenmalige baas me mee verraste. En ieder jaar wordt de dierbare collectie aangevuld met minimaal één nieuw pronkstuk. Mijn man houdt het met argusogen in de gaten. Hij geniet van mijn blijdschap, maar er zijn grenzen. Zo trok hij een streep bij de kerstverlichting voor het raam, bestaande uit rendiertjes met een rood lampje als neus. Maar voor het overige laat hij het over zich heen komen, het zijn maar drie weken per jaar. Zo vond ik gisteren stoelhoezen in de vorm van een kerstmuts. Ik was er weg van, maar liet ze enigszins voorzichtig thuis zien. Kan dit? Tot mijn verbazing vroeg mijn man of ze er nog meer hadden. ‘Want’, zo zei hij, ‘als we volgend jaar de verbouwing achter de rug hebben en we met de hele familie aan tafel zitten, zou het dan niet leuk zijn als élke stoel zo’n hoes had?’ Ik staarde hem stomverbaasd aan. Maar hij was serieus. Ik had precies drie minuten nodig om terug in de winkel te komen. Buiten sprak een man mij aan. ‘Pardon mevrouw, weet u of ze hier kerstmutsen verkopen’, vroeg hij met een knipoog. Ik lachte, met mijn armen vol stoelhoeskerstmutsen: ‘Ja, maar ze zijn net uitverkocht!’