Au!

In een paar seconden is het gebeurd. Ik haal de diepgevroren boterhammen onder de grill van de oven vandaan en ruik een brandlucht. ‘Verdorie’, denk ik. ‘Verbrandde boterhammen. Te lang gewacht!’ Om vervolgens de pijn van de brandwond op de rug van mijn hand te voelen. Au! Snel houd ik mijn hand onder het stromend water. Een gloeiend rode plek ter grootte van een euromunt met in het midden een bruingebakken plek. En ook nog mijn rechterhand. Een telefoontje naar mijn moeder leert dat je er het beste niets op kunt smeren. Een brandwond geneest het snelst aan de buitenlucht. Bah. Moeizaam typ ik met links dit stukje. En haal vervolgens de vele typefouten weg. Dat krijg je als je met tien vingers blind kunt typen: zonder de vijf collega’s zijn ze ineens het hele overzicht kwijt. Hoezo aangebrand humeur?!