Roltrap

Er is een hele discussie ontstaan over het fenomeen roltrap. Meer specifiek: het staan op de roltrap. Jaren geleden was ik met mijn moeder in Londen. We daalden met hele lange roltrappen tot diep onder de grond naar het metrostation. Nietsvermoedend stond ik naast haar te praten, totdat een meneer achter me vriendelijk vroeg om rechts te gaan staan. Hij zag mijn verbazing en legde het snel uit: rechts staan, links sneller lopen. En weg was hij. Het was echt een openbaring. Boven of onder elkaar staand kon je nog steeds je verhaal afmaken. Maar als je je aansluiting wilde halen, zette je ongehinderd een stapje erbij. Hier in Nederland kent vrijwel niemand dit gebaar. Ik sta dagelijks een paar keer op de roltrap, maar collega’s kijken je zelfs nijdig aan als je hen verzoekt om rechts te gaan staan. Alsof je je meer voelt dan een ander. Ik begrijp het echt niet. Gaat het om status? Of zijn we alle regelgeving gewoon beu? Laatst zag ik een ingezonden brief van een verontwaardigde moeder, die verzocht was haar kind achter zich te plaatsen: ‘Alsof ik niets voorstelde! Ik heb toch ook mijn rechten?!’ Soms heb ik het gevoel dat we een beetje doorslaan met z’n allen.