Hiernamaals

Naast een heleboel plezier was er tijdens het diner op de familiedag gisteren ook ruimte voor een serieus gesprek. Mijn oom is ernstig ziek, maar wil er niet over praten. Als je hem vraagt hoe het gaat, krijg je standaard ‘goed’ en draait hij zich af. Zijn broer, mijn vader, reageerde net zo. Ik heb hem nooit kunnen vragen hoe het is als je te horen krijgt dat het einde in zicht lijkt. Ben je bang? Of zitten er ook ideeen bij die je minder erg lijken, zoals ‘geen pijn meer’ of ‘eindelijk rust’? Voor zover bekend heeft mijn tante haar beide zoons vorig jaar wel begeleid naar een leven zonder haar. Maar toen ik mijn neef er voorzichtig naar vroeg, ontkende hij het. ‘We hebben wel over de toekomst gesproken’, zei hij, ‘maar dat was eenmalig en min of meer gestuurd door haarzelf. Ik weet niet of ze bang was, heb het niet durven vragen.’ Het is ook zo onduidelijk, het hiernamaals. Houdt het allemaal op, alsof je er nooit was? Ga je over in een ander lichaam? Of is er toch die witte wolk met vioolmuziek en engeltjes, waar Petrus je begroet? Waarop mijn man opmerkte: ‘Nou, ik hoop voor mijn oma van wel. Ze heeft haar hele leven geleefd vanuit die gedachte. Wat zal ze hels zijn als ze nu nog steeds op zoek is naar die hemelpoort!’