Zo ziek als…

Ik word wakker van een doffe bonk en voel dat er iets mis is. Ernstig mis. Floppy ligt in een vreemde houding op de vloer van onze slaapkamer en kijkt me in paniek aan. Zelfs zijn ogen staan merkwaardig. Ik duik naast hem en probeer hem gerust te stellen, terwijl mijn hart als een razende tekeer gaat. Niet nu, nog niet! Even later zitten we bij de Franse dierenarts. Die komt er niet helemaal uit: hart of hoofd, maar het is in elk geval niet goed. Ze schrijft absolute rust voor en dan zo snel mogelijk terug naar huis. Onderweg kamperen is uitgesloten. We maken telefonisch een afspraak bij zijn eigen dierenarts direct na het weekeinde, als hij is bijgekomen van de reis. Buiten lopen we bedrukt naast hem, terwijl hij voetje voor voetje zijn weg zoekt. Een Fransman houdt ons staande: ‘Wat een leuke hond, zeg! Beetje last van de warmte zeker? Een echte lieverd!’ en knuffelt hem even. Ziek of niet, het blijft een charmeur! (wordt uiteraard vervolgd)

PS: Vanavond heeft Floppy weer een aanval gehad. Hij begon ineens te wankelen en in cirkels te lopen. We hebben in allerijl de dierenarts gebeld, maar deze kon alleen maar constateren dat het dus een hersenbloeding is geweest. Over de toekomst kan niemand iets zeggen, maar vooralsnog is er geen reden voor paniek, aldus de dierenarts. Daar houden we ons dan maar aan vast.

Vakantie

Omdat mijn schoonvader een kroonjaar viert en op vakantie is, vertrekken we morgenvroeg voor een paar dagen naar Frankrijk. Lekker een paar dagen er even tussenuit voor een feestje in de zon. We rijden op de terugweg binnendoor en nemen een tentje mee om op een camping te overnachten. Floppy is een beetje nerveus. Hij is wel eens eerder in de Provence geweest, maar heeft nog nooit gekampeerd. Eten, slapen en spelen in de buitenlucht. Best wel spannend dus. Terwijl mijn man en ik naar de finale van het WK in Duitsland kijken, gaat Floppy alvast naar zijn mand. Hij slaakt een diepe zucht en sluit zijn ogen. Het wordt een lange dag morgen. Daar kun je maar beter goed op zijn voorbereid!

Intelligent

Labradoodles staan bekend als intelligente honden. Ze worden regelmatig als hulphond ingezet. Dat ook Sidney intelligent is, bleek vanochtend. Aangezien mijn moeder nog steeds veel last heeft van haar schouderblessure (of zoals de specialist het verwoordde: ‘Tja, het gebeurt incidenteel wel eens dat de blijvende hechtingen in de spier ontstekingen veroorzaken, vrees ik.’) bracht ik vanochtend haar wekelijkse boodschappen thuis. Toen ik de auto weer instapte, riep mijn moeder dat ze koffiepads was vergeten. Gelukkig had ik zelf een paar pakken voor ons eigen huishouden gekocht, dus ik bracht een zakje naar het hek. Daar wachtte Sidney me op. ‘Hier’, zei ik tegen haar: ‘Ga maar naar mijn mama brengen!’ En of het nu kwam omdat ze het leuk vond, of omdat het pakje zo gezellig ritselde, of omdat ze gewoon even niets anders te doen had: ze pakte het zakje koffiepads in haar bek en liep kwispelend terug naar mijn moeder bij de voordeur! Apporteren kan ze dus ook al. En dat na drie dagen!

Kleuteren

‘Zal ik eens laten zien hoe hard ik kan lopen? Kijk!! Zag je het? Zal ik nóg eens een keer laten zien hoe hard ik kan lopen? Wat ben jij superleuk, zeg! Vind je mij niet geweldig? Hé, een andere hond, ik ben Sidney en wie ben jij? Oh nee, dat is mijn chagerijnige grote broer, daar heb ik nu geen zin in. Poeh, wat ben ik moe, ik ga even slapen. Hoezo ‘Nou, dat is ook niet lang’?! Vijftien secondes is bijna een heel hondenleven! Aha, een struik/bloem/grasspriet/balletje/veter/pantoffel ….’ En zo gaat het maar door. ’t Is wel even wennen, hoor. Het verschil tussen een hond van 14 jaar met min of meer vaste speeluurtjes en verder vooral rust. En een volop kleuterend bolletje hond dat overal nieuwe indrukken aan het opdoen is. Maar we kunnen haar nu al niet meer missen!

Welkom thuis, Sidney

Ze is er, onze labradoodle-pup. Vanochtend zijn we haar gaan halen en mocht ze mee naar huis. Hoewel de fokster ons waarschuwde dat de rit in de auto ‘beangstigend’ kon zijn, gedroeg ze zich keurig. Keek netjes naar buiten en speelde een beetje met mijn moeders handen. Eenmaal thuis was het even onwennig, maar al snel sprong ze in en uit haar bench alsof ze er al weken woonde. Alleen Floppy moest niets van haar hebben. Hij heeft het niet op puppys. Dus toen zij enthousiast op hem afstormde, gaf hij een corrigerende grauw. Ze was er stil van. Na nog een poging met hetzelfde resultaat, draaide ze zich resoluut naar ons om: ‘Nou zeg, wat een stuk chagerijn!’ om er vervolgens vertrouwelijk aan toe te voegen: ‘Wat denk je, kunnen we hem nog ruilen?’ Ze bleef netjes op afstand terwijl ze de rest van de huiskamer, de keuken en de tuin verkende. Maar toen Floppy wilde gaan drinken en haar voorbij liep, beet ze gauw even in zijn wollige billen. Waarna ze schaterend wegdartelde. Floppy keek me vermoeid aan: ‘Moest dat nou echt, een puppy in huis?’ Ja, Floppy, dat moet echt. Oma is er hartstikke blij mee. En het went, dat zul je zien.

Brandpreventie

Vandaag organiseerde mijn werkgever een themalunch over brandpreventie. Brandweerman Cor kwam ons hoogstpersoonlijk vertellen over allerlei gebeurtenissen die hij in zijn 35-jarige carriere als brandweerman had meegemaakt. En met name dus hoe het niet moet. Hij vertelde dat niemand er rekening mee houdt dat er ooit brand bij hem of haar ontstaat. Het is altijd bij een ander. Maar ook hier zit een ongeluk in een klein hoekje. Hoewel zijn presentatie wat mij betreft wat minder ‘populair’ en wat meer gericht op de actualiteit had gemogen, heb ik toch met interesse geluisterd. En met plezier geconstateerd, dat ik een groot aantal preventietips kende en zelfs in praktijk bracht. Hij sloot af met een demonstratie ‘vlam in de pan’. Nog steeds een veelvoorkomende oorzaak van keukenbrand. Ik vermoedde wel wat ik kon verwachten, maar hij wist me te verbazen: een kopje water veroorzaakte een vlamexplosie van bijna vijf meter! Vrees niet, de demonstratie vond plaats op het naastgelegen grasveld! Thuis heb ik toch nog eens nadrukkelijk rondgekeken. En wat goede voornemens gemaakt voor een snoer dat niet helemaal handig ligt en het mandje speelgoed van de hond naast de stekkerdoos. Beter hard geblazen dan de mond gebrand!

Dag Bertje

Tot begin dit jaar leefde hij alleen. En dat beviel eigenlijk best. Geen gezeur aan zijn hoofd. Niemand die hem vroeg waarom hij zo laat nog aan het werk was. Waarom hij niet ‘iets gezelligs’ mee ging doen. Heerlijk de tijd aan zichzelf. Maar in februari 2006 veranderde dat. Hij kreeg een dwergpapegaai te logeren. Het klikte. Zijn verhalen werden steeds enthousiaster. Ook het beestje leefde helemaal op. En dus bleven ze samen na de vakantie. Hij werd vrolijk verwelkomd als hij thuiskwam. Hoe laat het ook was. Hij werd ’s ochtends enthousiast begroet. Kookte niet meer alleen voor zichzelf, maar werd nadrukkelijk gade geslagen of ‘geholpen’ met de bereiding van het voedsel. Hij raakte aan het diertje gehecht. En ook dat was wederzijds. Het had zo mooi kunnen zijn. Maar zelfs dwergpapegaaien raken gewend aan regelmaat. Beginnen wat te zeuren. Waarom hij zo vaak alleen werd gelaten. Waarom hij binnen wel los rond mocht vliegen, maar buiten in zijn kooi moest blijven. Of hij wel wist hoe stil het overdag in huis was. Er werd vaker gekibbeld. Ze maakten het goed voordat ze gingen slapen, maar de magie was eraf. En toen kwam die laatste dag. De dwergpapegaai had voor de zoveelste keer geklaagd over de eentonigheid van zijn bestaan. Het antwoord beviel hem helemaal niet: ‘Jij bent de vogel en ik ben de mens. Zo is het altijd al geweest en zo zal het ook altijd blijven.’ De vogel was het daar helemaal niet mee eens. En dus hield hij het voor gezien en ging op zoek naar nieuwe avonturen. Met een gehaaidheid die je op het eerste gezicht niet achter hem zou zoeken, wist hij via het luikje van het etensbakje te ontsnappen. Het laatste wat hij van de vogel hoorde was: ‘Ik ben even een pakje sigaretten halen!’

Kunstveiling

Mijn moeder en mijn twee tantes betreden het pand waar de kunstveiling plaatsvindt. Meer dan 2.000 werken van de kunstenares worden hier tentoongesteld. Op hun vrolijke uitroepen komt een van de gastvrouwen af. ‘Zo, dames, van harte welkom! Is alles naar wens?’ Ik ben blij dat u zo enthousiast bent over de kunstwerken!’ Mijn moeder kijkt haar schoonzusjes even aan en biecht dan op: ‘We komen eigenlijk niet voor de tentoonstelling. Mijn man en zijn familie hebben hier vroeger gewoond. We wilden het graag nog eens bekijken. En nu kon het!’ De gastvrouw schiet in de lach en informeert beleefd naar de bewuste periode. Ze nodigt hen van harte uit overal een kijkje te nemen. Dan wendt ze zich tot een nieuwe bezoekster. ‘Kan ik u ergens mee helpen, mevrouw?’ De al wat oudere dame schudt haar hoofd. ‘Dank u wel, ik kijk alleen maar wat rond. Weet u, ik heb hier ooit gewoond!’ Mijn tante spreekt haar verbaasd aan. Het blijkt de vorige huiseigenaresse te zijn. Al kennen ze elkaar niet, herinneringen vliegen over en weer. De gastvrouw kijkt berustend toe. Dan snelt ze naar een gezelschap dat zojuist de woning is binnen gekomen. ‘Goedemorgen, fijn dat u er bent. Heeft u speciale interesse in schilderijen of juist het beeldhouwwerk?’ ‘Nou’, zegt een jonge vrouw, ‘we willen eigenlijk alleen het huis bekijken. Het zal u misschien verbazen, maar mijn oma was hier vroeger in dienst en wilde graag nog eens terug naar het huis van haar jeugd!’