Assertief

Terwijl ik in de rij sta te wachten voor de kassa, valt mijn oog op een oudere mevrouw die naar de aanbiedingen op de kopstelling staart. Ze kijkt wat dromerig voor zich uit. In de bak liggen allerlei soorten koekjes. Wellicht een mooie herinnering aan een krakeling, denk ik nog. Als ik mijn boodschappen op de band wil leggen, duwt ze me echter ruw opzij. ‘Ik was eerst!’ Nu heb ik toevallig een stralend zonnig humeur. De dierenarts heeft Floppy volledig gezond verklaard. Hij heeft niets aan het herseninfarct overgehouden. De kans op een volgend is ook niet groter geworden. Dus ik stap opzij, maar niet nadat ik haar heb gewezen op het feit dat ze niet in de rij stond. ‘Wel waar!’, zegt ze bits: ‘Mijn mandje was zwaar dus ik leunde op het rek!’ Nog steeds is mijn stemming onverwoestbaar. ‘Dan is het maar goed dat u in de gaten hield wanneer u aan de beurt was, anders stond u hier vanavond nog.’ Mijn antwoord bevalt haar allerminst: ‘Dat had je gedacht! Ik ben niet als de rest, ik ben assertief!’ Ik schiet in de lach. Agressief is meer op deze dame van toepassing. Bij het weglopen, kijkt ze me nog een keer zeer boos aan. Misschien heeft ze last van de hitte. Of van nare gedachtes. Of van assertieve supermarktbezoekers!