Welkom thuis, Sidney

Ze is er, onze labradoodle-pup. Vanochtend zijn we haar gaan halen en mocht ze mee naar huis. Hoewel de fokster ons waarschuwde dat de rit in de auto ‘beangstigend’ kon zijn, gedroeg ze zich keurig. Keek netjes naar buiten en speelde een beetje met mijn moeders handen. Eenmaal thuis was het even onwennig, maar al snel sprong ze in en uit haar bench alsof ze er al weken woonde. Alleen Floppy moest niets van haar hebben. Hij heeft het niet op puppys. Dus toen zij enthousiast op hem afstormde, gaf hij een corrigerende grauw. Ze was er stil van. Na nog een poging met hetzelfde resultaat, draaide ze zich resoluut naar ons om: ‘Nou zeg, wat een stuk chagerijn!’ om er vervolgens vertrouwelijk aan toe te voegen: ‘Wat denk je, kunnen we hem nog ruilen?’ Ze bleef netjes op afstand terwijl ze de rest van de huiskamer, de keuken en de tuin verkende. Maar toen Floppy wilde gaan drinken en haar voorbij liep, beet ze gauw even in zijn wollige billen. Waarna ze schaterend wegdartelde. Floppy keek me vermoeid aan: ‘Moest dat nou echt, een puppy in huis?’ Ja, Floppy, dat moet echt. Oma is er hartstikke blij mee. En het went, dat zul je zien.