Dag Bertje

Tot begin dit jaar leefde hij alleen. En dat beviel eigenlijk best. Geen gezeur aan zijn hoofd. Niemand die hem vroeg waarom hij zo laat nog aan het werk was. Waarom hij niet ‘iets gezelligs’ mee ging doen. Heerlijk de tijd aan zichzelf. Maar in februari 2006 veranderde dat. Hij kreeg een dwergpapegaai te logeren. Het klikte. Zijn verhalen werden steeds enthousiaster. Ook het beestje leefde helemaal op. En dus bleven ze samen na de vakantie. Hij werd vrolijk verwelkomd als hij thuiskwam. Hoe laat het ook was. Hij werd ’s ochtends enthousiast begroet. Kookte niet meer alleen voor zichzelf, maar werd nadrukkelijk gade geslagen of ‘geholpen’ met de bereiding van het voedsel. Hij raakte aan het diertje gehecht. En ook dat was wederzijds. Het had zo mooi kunnen zijn. Maar zelfs dwergpapegaaien raken gewend aan regelmaat. Beginnen wat te zeuren. Waarom hij zo vaak alleen werd gelaten. Waarom hij binnen wel los rond mocht vliegen, maar buiten in zijn kooi moest blijven. Of hij wel wist hoe stil het overdag in huis was. Er werd vaker gekibbeld. Ze maakten het goed voordat ze gingen slapen, maar de magie was eraf. En toen kwam die laatste dag. De dwergpapegaai had voor de zoveelste keer geklaagd over de eentonigheid van zijn bestaan. Het antwoord beviel hem helemaal niet: ‘Jij bent de vogel en ik ben de mens. Zo is het altijd al geweest en zo zal het ook altijd blijven.’ De vogel was het daar helemaal niet mee eens. En dus hield hij het voor gezien en ging op zoek naar nieuwe avonturen. Met een gehaaidheid die je op het eerste gezicht niet achter hem zou zoeken, wist hij via het luikje van het etensbakje te ontsnappen. Het laatste wat hij van de vogel hoorde was: ‘Ik ben even een pakje sigaretten halen!’