Hoogmoed

Hij schatert het uit! ‘Jij hebt 3-0 voor Ghana ingevuld in de pool! Voor Ghana!! Die doen voor het eerst mee aan het WK!’ Gierend van het lachen hangt hij over zijn toetsenbord. Ik zwijg beledigd. ‘Ik zei toch al dat ik er geen verstand van heb! En dan krijg je juist de mooiste uitslagen!’ Maar ik kan hem niet overtuigen. Hij heeft het tegenovergestelde ingevuld: 3-0 voor Tjechie. Als ik de rest van de standen bekijk, is het merendeel het met hem eens. Sterker nog: ik ben de enige die Ghana op winst zet. Maar goed. Mijn man gaat achter de televisie zitten en ik maak me nuttig op ons dakterras. Vanochtend hebben we een nieuwe parasol gekocht en de tuinmeubelen moeten hoognodig in de olie voor de zomer. Dan hoor ik een verbijsterde kreet. Ghana scoort! Ik werk stug door, maar houd de achtergrondgeluiden in de gaten. Na een uur kllinkt een gil. Ghana scoort weer! Ik hol naar binnen en zie de Afrikanen een vreugdedansje doen. Niemand had dit verwacht. Maar ik dans met hen mee!

Kwijt!

Ik hoor ‘m vallen. Dan sterft ook dat geluid weg. Verdorie! Voorzichtig kijk ik de omgeving na. En vervolgens de vloer. Waarom hebben wij in vredesnaam eigenlijk de wasmand mét luchtgaten recht onder de wastafel staan? (omdat er geen andere geschikte plek is) En dat lollige mandje met al die verzamelde zeepjes en flesjes shampoo uit andere landen? Na een kwartier geef ik het op en ga mopperend slapen. Als mijn man een paar uur later naar bed komt, heeft hij ook nog gezocht. Maar niets gevonden. Helaas. Dat wordt een nieuwe bestellen. ’s Ochtends sta ik mijn tanden te poetsen als mijn oog op de kraan valt. En wat ligt daar triomfantelijk? Niet te geloven, maar ik heb ‘m toch nog gevonden! Contactlenzen! Niet alleen de lusten, maar zeker ook de lasten!

Kiplekker

Floppy is stapelgek op vlees in het algemeen en kip in het bijzonder. Voor zover ik weet is een hond een allesetende vleeseter en heeft zijn speciale voorkeur weinig tot niets te maken met het feit dat hij het zelden krijgt. Hij gaat er namelijk ongelooflijk stinkende scheetjes van laten. Zo erg, dat je de woonkamer en desnoods het huis het liefst tijdelijk wilt verlaten. Toen ik vandaag Floppy bij mijn moeder ophaalde na kantoortijd, vroeg ze dan ook gelijk: ‘Hebben jullie gisteren kip gegeten?!’ Ik vatte de clou niet gelijk, en moest even nadenken. ‘Floppy laat de hele dag al stinkende windjes!’ Hij had de bloemengeur in haar huis volledig overstemd met zijn persoonlijke luchtjes. Eenmaal thuis en bezig met de voorbereidingen voor het avondeten, kwam mijn man de keuken binnen: ‘Zeg, heeft je moeder Floppy soms kip te eten gegeven? Wat een ontzettende lucht komt er uit zo’n klein hondje, zeg!’ Floppy zelf zweeg diep beledigd. Zijn verfijnde reukvermogen heeft geen enkele kwalijke geur opgesnoven. Baasjes kunnen ook altijd zo enorm overdrijven. Hij voelt zich gewoon kiplekker!

Voetbal

‘Ah, doe jij ook mee met mijn voetbalpooltje?’ Ik weiger mijn man niet vaak iets, maar nu keek ik hem verwonderd aan. Ik heb heel weinig tot absoluut geen verstand van voetbal. De Oranje-gekte vind ik tot op bepaalde hoogte, en dan nog niet eens zo heel hoog, geinig om bij aan te sluiten. Maar daar houdt het eigenlijk mee op. Niettemin wilde ik zijn plezier van de zelfgemaakte pool niet vergallen, dus ik vulde wat getallen in. Zweden? Doen die mee? Blijkbaar. Maar Trinidad & Tobago lijkt me een leuker land, dus die krijgen veel doelpunten mee van mij. En zo ging het nog even door. Vrijdagavond was de eerste wedstrijd van het WK 2006: Duitsland tegen Costa Rica. Mijn man fronste zijn wenkbrauwen bij het zien van de door mij voorspelde score en glimlachte. ‘Je hebt een unieke score’, zei hij, ‘maar ik geef je weinig kans. Tot zowel zijn als mijn stomme verbazing kreeg ik echter gelijk: 4-2. Ach ja, beginnersgeluk heet niet voor niets beginners-geluk. Maar wedstrijd naar wedstrijd ging het goed. En beter. En ineens stond ik op eenzame hoogte bovenaan. Het voetbal kijken werd zelfs spannend! Nu, vier dagen later, word ik achtervolgd door ‘echte kenners’. En houd ik ernstig rekening met het feit dat aan alles een einde komt. Ook aan beginnersgeluk. Maar leuk was het wel!

Hittegolf

De afgelopen weken was het één klaagzang over de regen en het koude weer. ‘Ik draag nog steeds mijn winterkleren, dat is toch niet normaal!’ en ‘Vind je het gek dat ik chagerijnig ben, met dit weer!’ waren veelgehoorde kreten. En toen sloeg het weer om. Gelukkig! Het werd warm en het werd warmer. Mensen op straat liepen van het een op het andere moment in shorts en t-shirts. Op kantoor maakten donkere kleuren plaats voor vrolijke, frisse tinten. Iedereen was vrolijk en iedereen was blij. Maar wat schetst mijn verbazing als ik het nieuws hoor. Nederland verwacht een hittegolf de komende dagen! Voorzichtige waarschuwingen zijn al van kracht: wees zuinig met water, blijf tussen 11 en 15 uur uit de zon en houd je vooral rustig. Het bericht was nog niet verzonden of de eerste reacties bereikte mijn oren: ‘Buiten is het echt geen pretje, je kunt beter binnen zitten met dit weer!’ en ‘Daar gaat mijn planning voor de zondag! En als je de televisie buiten zet, zie je niks met die zon!’ Eigenlijk zijn we een stelletje zeurpieten ook. Alsof iemand zijn auto gaat wassen terwijl Oranje speelt!

Yoghurtdag

Mijn leidinggevende klaagt even tegen me aan. Sinds hij nogmaals interim is van zíjn baas, die een andere baan heeft gekregen, moet hij steeds vaker aanschuiven bij zakelijke lunches en diners. Hij is best lang, maar als hij er niet op let ook redelijk snel “best breed”. ‘Dus daarom heb ik gisteren een yoghurtdag gehad’, vertelde hij, duidelijk hoorbaar trots op zijn prestatie. Ik schiet in de lach. Weet hij dan niet dat ‘yoghurtdagen’ niet hip zijn? Als je echt mee wilt doen met de huidige maatschappij, neem je regelmatig een balansdag. Of een balansweek. Desnoods een balansmaand. Brooddagen en aanverwante momenten zijn echt ‘not done’. Hij geeft beteuterd toe en belooft beterschap. Als communicatiesecretaresse moet je ook van alle actuele markten thuis zijn!

Grensoverschrijdend

Sinds onze huwelijksreis eten we graag gerechten uit de Griekse keuken. Koftu, Tzatziki, Mousaka, Dolmadakia en ga zo maar door. Ik maak het meestal zelf. Voor de moeilijkere heerlijkheden zit er gelukkig sinds kort een mediteraanse bakker annex cateraar een paar deuren verderop. Toen ik er laatst binnenstapte, werd ik hartelijk begroet door een oudere man achter de toonbank. ‘Ik u help, ja?’ Ik gaf het gewenste door, maar het kwam niet helemaal over. Ook een herhaling leverde niets op. Dus wees ik het aan, en stak het bijbehorende aantal vingers op. Vervolgens vroeg ik hem of hij Baklava had, een zaligzoet nagerecht. Hij mompelde iets dat meer van ‘nee’ dan van ‘ja’ weghad. Toen hij echter mijn teleurstelling zag, wees hij op een grote bakplaat aan de zijkant: boordevol baklava. Nadat ik had afgerekend, bedankte ik hem en wenste hem een prettige avond. In onvervalst Nederlands groette hij me terug: ‘Doei!!’ Voor sommige uitdrukkingen bestaan geen grenzen! En zo hoort het ook.

Verleiding

Terwijl wij bij Sidney waren, belde ik mijn man om hem te vragen chocola te halen. We zouden Eerste Pinksterdag bij zijn moeder doorbrengen en dan is het leuk om iets lekkers mee te brengen. In de stad waar wij wonen zit een chocolaterie, waar je mij niet alleen naar binnen kunt laten gaan. Ik ben niet meer te houden, alleen al door de geur. Eenmaal thuisgekomen zei hij dan ook, dat hij de doos had laten inpakken. ‘Het is niet dat ik je niet vertrouw, maar je kunt maar beter het zekere voor het onzekere nemen. Op deze manier word je niet verleid om er al stiekum eentje te pakken’. Hij had gelijk. Voordat we gisterenochtend naar Zeeland vertrokken, keek ik of ik alles had. De wijn die ze had gevraagd mee te nemen. De hondenmand. Een speeltje, eten en kluifjes voor Floppy (en uiteraard Floppy zelf). Een trui voor als het fris werd. Een paar diepvriesmaaltijden waarvan ik weet dat ze ervan smult. En zo nog heel wat meer. Toen we aankwamen, vertelde mijn man dat hij iets lekkers voor bij de koffie had meegebracht. En keek mij verwachtingsvol aan. Ik keek verwachtingsvol terug. ‘Ja maar, jij zou toch …’ ‘Nee, jij zou juist …’ Kortom, de chocola stond nog thuis. En niemand wil me geloven dat ik het echt niet expres heb gedaan. Want iemand zal nu toch die doos leeg moeten eten. Zonde om weg te gooien. Arme ik.

Werknaam Sydney

Vandaag mochten we voor het eerst op kraamvisite. Mijn moeder krijgt namelijk een nieuwe hond. Mijn schoonzusje en ik vergezelden haar. Het was een eind rijden naar de Labradoodle-fokker. Maar dat gaf mooi de gelegenheid om de namen nog eens door te lopen. Mijn moeder had grote voorkeur voor Flower, maar of het hondje ook een Flower zou zijn, moesten we nog afwachten. Eenmaal aangekomen waren we meteen verkocht: zoveel kleine zwarte bolletjes! Ze zijn ruim vier weken oud. Elk hondje had een gekleurd snoertje om zijn of haar nekje. Aangezien de karakters pas de komende weken zichtbaar worden, kon je nu alleen een voorkeur opgeven. De fokker bepaalt aan de hand van de door jou opgegeven wensen welke hond het beste bij je past. Als dit toevallig je voorkeur blijkt te zijn, heb je mazzel. Mijn moeder vergat alles om zich heen zodra ze een van de hondjes in haar armen had. Het bolletje likte en speelde en snuffelde erop los. Het was dus al snel bepaald: ‘oranje snoertje’ komt naar ons! Maar het was geen Flower. Voorlopig noemen we haar Sidney, Australisch naar haar oorsprong en zwart naar Poitier. Over een paar weken gaan we nog een keer op bezoek. Als het dan nog steeds een ‘Sidney’ is en het bevalt de betrokkenen, houdt ze haar naam. Nu kan dat nog zonder identiteitsconsequenties, ze luistert er toch niet naar. Begin juli mag ze mee, kennismaken met oom Floppy. We kunnen nauwelijks wachten.