Komt een vrouw bij de dokter

Eerst denk ik dat hij een grap gaat vertellen. Hij vraagt: “Ken je ‘Komt een vrouw bij de dokter’?” Ik begin bij voorbaat al te lachen. Maar het is geen mop. Hij heeft het boek van Kluun gelezen. En is er zwaar van onder de indruk. Het gaat over een man en een vrouw, beide half de dertig. De vrouw krijgt borstkanker, strijdt de ongelijke strijd, en gaat dood. Of ik het wil lenen, onvergetelijk! Ik schud mijn hoofd. ‘Weet niet of dat zo’n goed idee is. Teveel herkenning.’ Hij begrijpt het niet meteen, maar slaat dan zijn hand voor zijn mond. ‘Sorry!’ Ik wuif het weg. En vraag of hij het toch wil meebrengen. De eerste vijftig bladzijdes lees ik zeer argwanend en behoedzaam. Bedacht op pijnlijke herinneringen en klaar om mijn ogen snel weg te draaien. Hij schrijft rauw. En inderdaad soms herkenbaar. Toch weet hij ook mij te vangen. Ik lees verder. En verder. Waarschuw mijn man als het tegen het einde loopt. Net als bij mijn collega komen de tranen. Ik heb nooit kunnen wennen aan het afscheid nemen voor altijd. Een beetje ongemakkelijk neemt hij het boek een dag later weer in ontvangst. Informeert hoe het ging. En haalt opgelucht adem als ik zeg dat ik toch blij ben dat ik het heb gelezen. Hij belooft het vervolg mee te brengen. Hij herkent nog niet. Gelukkig maar.