Kwijt!

Ik hoor ‘m vallen. Dan sterft ook dat geluid weg. Verdorie! Voorzichtig kijk ik de omgeving na. En vervolgens de vloer. Waarom hebben wij in vredesnaam eigenlijk de wasmand mét luchtgaten recht onder de wastafel staan? (omdat er geen andere geschikte plek is) En dat lollige mandje met al die verzamelde zeepjes en flesjes shampoo uit andere landen? Na een kwartier geef ik het op en ga mopperend slapen. Als mijn man een paar uur later naar bed komt, heeft hij ook nog gezocht. Maar niets gevonden. Helaas. Dat wordt een nieuwe bestellen. ’s Ochtends sta ik mijn tanden te poetsen als mijn oog op de kraan valt. En wat ligt daar triomfantelijk? Niet te geloven, maar ik heb ‘m toch nog gevonden! Contactlenzen! Niet alleen de lusten, maar zeker ook de lasten!