Grensoverschrijdend

Sinds onze huwelijksreis eten we graag gerechten uit de Griekse keuken. Koftu, Tzatziki, Mousaka, Dolmadakia en ga zo maar door. Ik maak het meestal zelf. Voor de moeilijkere heerlijkheden zit er gelukkig sinds kort een mediteraanse bakker annex cateraar een paar deuren verderop. Toen ik er laatst binnenstapte, werd ik hartelijk begroet door een oudere man achter de toonbank. ‘Ik u help, ja?’ Ik gaf het gewenste door, maar het kwam niet helemaal over. Ook een herhaling leverde niets op. Dus wees ik het aan, en stak het bijbehorende aantal vingers op. Vervolgens vroeg ik hem of hij Baklava had, een zaligzoet nagerecht. Hij mompelde iets dat meer van ‘nee’ dan van ‘ja’ weghad. Toen hij echter mijn teleurstelling zag, wees hij op een grote bakplaat aan de zijkant: boordevol baklava. Nadat ik had afgerekend, bedankte ik hem en wenste hem een prettige avond. In onvervalst Nederlands groette hij me terug: ‘Doei!!’ Voor sommige uitdrukkingen bestaan geen grenzen! En zo hoort het ook.