Jubileum

Met de oproep in de hand meldden mijn man en ik ons bij de bloedbank. Hoewel ik het nog steeds echt niet prettig en echt niet leuk vind, houd ik stug vol. Volgens de arts was ik blakend: een polsslag van 63, een bloeddruk van 76 tegen 124 en een HB van 8,1. Voor ik het wist lag ik letterlijk op de bloedbank. Om mijn zenuwen te verbergen, kletste ik wat tegen de zuster: ‘Ik doe dit nog niet zo lang!’ Ze keek op de kaart en zei een beetje snibbig: ‘U doet dit meer dan een jaar, want dit is uw vijfde keer. U krijgt straks dus een speldje’. Ik vertelde dat ik aan het sparen was voor de knuffelpelikaan. ‘Die is echt leuk!’ Weer reageerde ze wat kortaf: ‘Voor de pelikaan moet u 50 keer bloed geven. Tegen die tijd is hij allang uit het assortiment!’ Toen ze even later mijn arm verbond, zei ze dat de speldjes op waren. Ik hield het tegoed. Ik waagde nog één poging: ‘De pelikaan is zeker geen alternatief?’ Haar blik was voldoende. Ach, het gaat om het geven van bloed en niet om het krijgen van een beloning. Buiten had mijn man een verrassing: hij had tien keer bloed gegeven. Zijn speldje was wel op voorraad. En omdat ik zo flink was geweest, kreeg ik die van hem. Samen met De Roze Koek om weer aan te sterken. Eind goed, al goed.

Advertenties