Waar is de hond?

Driemaal per week sta ik keurig netjes op mijn man te wachten bij de bushalte. Hij reist voor zijn werk heen en weer. Normaalgesproken haal ik eerst Floppy op, laat hem uitgebreid uit op het grote grasveld naast de halte en gezamenlijk poolen we het laatste stukje naar huis. Maar vandaag had ik weinig tijd. Het was druk op kantoor en druk op de weg. Ik kon pas laat vertrekken dus er was geen tijd meer om hem vooraf op te halen. Toen de bus arriveerde, stapte mijn man als een van de eersten uit. ‘Hè?’, zei hij nadat hij me had begroet, ‘Waar is de hond?’ Ik legde het hem uit. Vervolgens stapte een andere man uit. Hij rijdt wel vaker mee met dezelfde bus. De andere man: ‘Hè, waar is de hond?’ We schieten in de lach. Ook hem geef ik een toelichting. ‘Niet meer doen, hoor!’, zegt de andere man, ‘Ik schrok me wild!’ We wensen elkaar een fijne avond toe en rijden weg, richting oma waar Floppy op ons wacht. Hij moest eens weten hoeveel mensen hem ooit zullen missen!