Aftellen

Het gaat goed met mijn moeder en met haar schouder na de operatie. De pijn vermindert, ze krijgt wat meer conditie en heeft zin in de Paasdagen, al zullen deze anders worden ingevuld dan normaal gesproken. Door en met onze creativiteit in plaats van die van haar! En ze telt druk mee af tot 24 april. Dan moet ze terug naar de chirurg om te horen hoe híj vindt dat het ermee staat. Het kan bijna niet anders of ze mag dan uit de stellage die haar schouderspier op dit moment stevig in de toegestane houding houdt. Vandaag kwam de huisarts weer langs: ‘even buurten’. Hij deelde echter haar enthousiasme niet helemaal. ‘Dit is een huzarenstukje geweest. Hij zal geen enkel risico nemen. Ik zou er maar rekening mee houden dat hij ‘voor alle zekerheid’ de restrictie nog twee weken extra wil aanhouden.’ Even verbleekte mijn moeder. Om er meteen daarna de denkbeeldige schouders weer onder te zetten: ‘Dat zie ik dan wel weer. Tot dat moment tel ik gewoon af!’ De huisarts glimlachte. Hij kent haar goed. Met een dreigende vinger en een hartelijke paasgroet verdween hij weer. Ze is sterk en dapper, mijn moeder. En als het zo is, dan kunnen die twee weken er ook nog wel bij!

Hondenspiegel

Vandaag hadden we een zakelijke heidedag. Na een ochtend hard werken en vergaderen, was er ’s middags tijd voor een ontspannender agendapunt: communiceren. En dan bedoel ik niet zomaar wat gezwets in de vergaderruimte. Via internet was mijn oog namelijk gevallen op een communicatiecursus met honden. Door allerlei foefjes en spiegelende opdrachten werd je een heleboel duidelijk op communicatief gebied. Het begon er al mee dat je een hond mocht kiezen op basis van foto en cv. Ik koos een leukerd, waarvan je niet kon zien hoe groot ze was. En ze was groot! Een Ierse wolfshond! Ik schrok wel een beetje toen ik met haar mocht kennismaken. Na wat aarzelingen over en weer groeide langzaam het vertrouwen. Toen kregen we de eerste oefening. En wat bleek? Clannad was een Watje Eersteklas. Een zacht ei! Deed nog geen vlieg kwaad! En kon de oefening ook niet echt goed volgen: zo’n kluifje vangen valt echt niet mee! Ik heb een heleboel opgestoken van deze middag. Maar de voornaamste was wel dat een eerste indruk lang niet altijd de juiste is!

Paasei

We verwennen mijn moeder deze periode extra graag en dus verraste ik haar afgelopen weekeinde met een paar ‘echte’ paaseieren. Echt, omdat een bedrijf heel ingenieus echte (leeggeblazen) eierschalen had gebruikt om er via een miniscuul gaatje chocolade in te gieten. Ze at er één uit het doosje van vier op, en met smaak! De rest werd bewaard voor Pasen. Vandaag had mijn broer ‘dienst’. Tussen de middag wilde hij een eitje bakken voor mijn moeder en zichzelf. Je raadt het al: hij kwam zeer ontstemd naar mijn moeder met in zijn hand een doormidden geslagen ei. Een van de paaseieren! Het eierrekje was leeg, maar ‘er stond nog een doosje met eieren’. Zuchtend om zijn ‘gestoorde’ zus die gekleurde eieren had gekocht, had hij er een gepakt om te bakken. Hoe ging dat rijmpje ook alweer? Eén ei is geen ei?!

Columbus

Terwijl ik een flitsbezoek afleg bij mijn vrienden, spreekt mijn petekind me aan: ‘Weet jij wat een koppelwerkwoord is?’ Ogenblikkelijk voel ik me vooral wijs: ‘Jazeker!’ Maar de val klapt dicht: ‘Ik heb morgen een schriftelijk, kun jij het me uitleggen?’ Ik voel me vooral oud. ‘Euh, ja, wat was dat ook alweer ….’ Ze helpt me op weg: ‘Zijn, worden, blijven …’ en mijn hoofd doet de rest ‘blijken, lijken, schijnen, heten, dunken en voorkomen!’ De grijze waas lost langzaam op. Samen met het boek komen we een heel eind. Ik weet toevallig ook nog de juiste bewoordingen te vinden, zodat ze het ineens snapt. Maar ik ben nog niet gered. ‘Geschiedenis dan, Columbus.’ Ah, een gemakkelijke, en ik begin: ‘In 1492 (want daar heeft Vangelis een heerlijke cd over gemaakt) …’ Ze onderbreekt: ‘Of je de windstreken kunt aangeven van de zeewegen van Columbus naar Indie.’ Zucht. Soms vind ik het jammer dat mijn schooltijd voorbij is. Maar soms ben ik heel blij dat ik me niet meer druk hoef te maken over zelfstandige, hulp- en koppelwerkwoorden. En hoe Columbus het ei uitvond.

Strippenkaart (vervolg)

Mijn moeder is deze dagen een gemakkelijke patiënt die zich flink houdt. Ook al valt het niet altijd mee. Ze heeft nog steeds pijn en kan niet veel bezoek verdragen. Een keer per dag een half uurtje, dan houdt het meestal al op. Hoe goedbedoeld ook: ze zit, staat en slaapt (niet) de hele dag met haar arm en schouder in een stellage. Om gek van te worden! Toch moppert ze niet. De ’10 minuten per dag-klaagstrippenkaarten’ liggen ongebruikt in de la. Maar vanavond was een moeilijk moment. Om de sfeer te relativeren, wapperde ik met de kaart. Ze stoof op: ‘Die gebruik ik niet! Die heb ik niet nodig! Ik red het zonder te klagen!’ Waarop mijn man antwoordde: ‘Dat begrijp ik nou niet. Ik zou me suf klagen. Over de politiek en de hele wereld. Maar ja, ik ben dan ook een Hollandse jongen. Zonde om weg te gooien, zo’n ongebruikte klaagstrippenkaart!’ Mijn moeder schoot in de lach en haalde diep adem. Ze kon er weer tegen. En daar gaat het toch allemaal om!

Calimero

Ooit heb ik in een jolige bui een deurplaatje gekocht met de tekst ‘Pas op voor de hond!’ De achterliggende gedachte was ‘… dat je er niet over struikelt!’ Floppy was als pup niet zo groot, dus die kans was reeel. Toen ik vanmiddag thuiskwam, waren drie schoolmeisjes aan het folderen. Een van hen was net bezig bij onze brievenbus, toen ik aan kwam lopen. ‘Wat een leukerd, zeg!’ zei de ander toen ze Floppy ontwaarde. Floppy keek extra ‘leukig’ en liet zich gewillig aaien. Toen ik naar de voordeur liep, vroeg het meisje: ‘Woont u hier?’ Na mijn bevestiging schoot ze in de lach: ‘Is hij dat, van dat plaatje??’ Gevolgd door ‘Ik dacht dat het een echte grote waakhond was!!!’ Lachend liepen ze verder met hun stapel folders. Floppy leek ineens nog kleiner, zijn kop zakte tussen zijn schouders. ‘Geeft niks, hoor!’, troostte ik hem, ‘die kleintjes zijn pas echt gevaarlijk!’ Waarop Floppy terugkaatste: ‘Ik is klein en zij zijn groot en da’s niet eerlijk!’

Irritatie

We wonen in een drukke winkelstraat met aan beide zijdes een brede stoep. En naast de vele voetgangers maken ook talrijke fietsers hiervan gretig gebruik. Mijn man stoort zich er mateloos aan. Als hij Floppy uitlaat, ontwijkt hij er gemiddeld drie! In eerste instantie sprak hij de mensen vriendelijk toe. Een enkeling ging erop in en stapte af. Maar de meesten negeerden hem. Tot grote irritatie van zowel baas als hond! Vorige week zag ik ze uitgebreid smoezen met z’n tweeen. Er werden duidelijk argumenten voor en tegen uitgewisseld, maar uiteindelijk kwamen ze tot een accoord. Sindsdien loopt Floppy aan de ene kant van de stoep en manlief aan de andere. De riem losjes maar nadrukkelijk tussen hen in. Argeloos naar de lucht en de straat kijkend, zich van kwaad en rest van de wereld bewust. Menig fietsers is inmiddels morrend afgestapt, zich verbazend over zoveel onnozelheid. Maar de onnozelaars zelf? Die lachen in hun pootje cq. vuistje. Fietsen op de stoep hoort niet, net zomin als hondepoep!

Afblijven!

Omdat ik even wat geleende spulletjes wilde terugbrengen, belde ik aan bij de overbuurman en liet mezelf gelijk binnen met de sleutel. Hij bleek niet thuis, maar Bertje kwetterde me al tegemoet. Het was een goede zet, om hem ‘mee te brengen’ als wintersportsouvenir. Ze hebben het enorm naar hun zin met z’n tweetjes. Ik ging even bij het vogeltje zitten. Hij reageerde enthousiast, ‘vertelde’ hoe het hem was vergaan sinds hij was verhuisd en toonde nieuwe kunstjes. Toen zag ik ineens dat hij allerlei blauwe strepen rond zijn ogen had zitten…? Terug thuis belde ik buurman op zijn mobiel en vroeg hem naar het verhaal erachter. Hij lachte: ‘Ach, je kent hem. Ik heb hem al zo vaak gezegd dat hij met z’n poten van mijn spullen moet afblijven. Maar hij wil maar niet luisteren. Nu heeft hij aan het potje piment gezeten en vervolgens zijn veertjes geborsteld. Het gaat er vanzelf weer uit.’ Een geluk: het past goed bij de rest van zijn verenkleed: groen en blauw. Maar wat dat betreft is het dus nog steeds dezelfde goeie ouwe Bertje: razendnieuwsgierig!

Nieuw nieuw nieuw

Floppy wordt een dagje ouder: over een paar maanden alweer veertien jaar. En hoewel je het hem het grootste deel van de tijd absoluut niet aanziet, zijn er toch momenten dat hij wat stram reageert. Niet meer zo snel de trap op- en afrent (behalve als er blikvoer op je staat te wachten). Of wat moeilijker overeind kwam als hij in een hoekje had liggen slapen. Zijn mand was hard aan vervanging toe, dus vandaag toog ik naar de speciaalzaak voor dieren. Ik wist niet dat er zoveel mogelijkheden waren! Uiteindelijk ging ik voor een ribfluwelen ligzak met tempexballetjes. In mijn beleving kon hij daar helemaal de juiste houding in vinden. Maar eenmaal thuis bleek het een ramp: het maakte veel kabaal zodra hij zich bewoog en als hij zich afzette, ontstond er een kuil die hem de stevigheid ontnam. Hij struikelde min of meer weg. Dus mand en bonnetje gepakt en samen met man en hond terug. In de winkel toonde ik hen de vele mogelijkheden. Manlief pakte er een van zijn gading en legde die op de grond. Floppy dook er meteen bovenop en ging liggen: verkocht! We ruilden de mat en namen alles en iedereen weer mee naar huis. Na het eten vroeg ik waar Floppy eigenlijk was: inderdaad, gestrekt met zijn ogen soezend dicht op het nieuwe ligkussen. Zwaar genieten! Wat een hondenleven heeft hij toch!

PS: het is niet Floppy, hoor, hierboven! Maar het zou zijn broer kunnen zijn. Op zo’n zelfde kussen!