Strippenkaart (vervolg)

Mijn moeder is deze dagen een gemakkelijke patiënt die zich flink houdt. Ook al valt het niet altijd mee. Ze heeft nog steeds pijn en kan niet veel bezoek verdragen. Een keer per dag een half uurtje, dan houdt het meestal al op. Hoe goedbedoeld ook: ze zit, staat en slaapt (niet) de hele dag met haar arm en schouder in een stellage. Om gek van te worden! Toch moppert ze niet. De ’10 minuten per dag-klaagstrippenkaarten’ liggen ongebruikt in de la. Maar vanavond was een moeilijk moment. Om de sfeer te relativeren, wapperde ik met de kaart. Ze stoof op: ‘Die gebruik ik niet! Die heb ik niet nodig! Ik red het zonder te klagen!’ Waarop mijn man antwoordde: ‘Dat begrijp ik nou niet. Ik zou me suf klagen. Over de politiek en de hele wereld. Maar ja, ik ben dan ook een Hollandse jongen. Zonde om weg te gooien, zo’n ongebruikte klaagstrippenkaart!’ Mijn moeder schoot in de lach en haalde diep adem. Ze kon er weer tegen. En daar gaat het toch allemaal om!