Valentijn

We grinneken wat onder elkaar. Ik heb iets liefs voor mijn echtgenoot gekocht, uiteraard met kaart. Ook mijn collega’s hebben verrassingen voor hun partners in petto. Eigenlijk is het grote onzin, dat hele Valentijns-gedoe. Maar toch: het is leuk! Veel leuker dan secretaresse- of moederdag. Dan gaat de telefoon. Mijn collega pakt op. ‘Hoi! …. Wie, ik?? … Euh, ik weet niet hoe ik dit aardig kan zeggen, maar nee dus: echt niet! … Dat kan wel zo zijn, maar het is dus niet zo … Nee, natuurlijk zeg ik dat niet om de spanning op te drijven!!!’ En zo gaat het nog even door, totdat ze vrij bits de verbinding verbreekt. We kijken haar vragend aan. Meer heeft ze niet nodig, ze barst los. Blijkt dat een mannelijke collega een anonieme Valentijnskaart heeft gekregen. En daarop haar handschrift meende te herkennen. Nogal stellig meende te herkennen! ‘Alsof ik ooit aan hem een kaart zou sturen!’, briest ze nog na. Ze heeft een partner, waar ze gelukkig mee is. Maar ja, op Valentijnsdag mag alles. Toch lijkt het ons beter haar niet te plagen. Maar als ze even naar het toilet is, proestten we het alsnog uit. Blij dat de bewuste collega niet ons handschrift dacht te herkennen! Maar stiekum ook een klein beetje benieuwd hoe dat is: een geheime aanbidder. We zullen het nooit weten. Hij wel!