Oost-Indisch doof

Floppy moest naar de dierenarts: jaarlijkse controle en (buitenland)prik. We hadden niet zulke heel goede herinneringen aan de laatste keer (‘Dit lijkt een kwaadaardig bultje!’), dus vandaar dat ik tweemaal controleerde of zijn eigen dierenarts dienst had. En de baas ging mee ter morele ondersteuning. Dus daar zaten we dan, bibberend en wel (met uitzondering van de baas). Naar even later bleek volstrekt onnodig. De dierenarts was hartstikke tevreden. Het bewuste bultje bleek toch gewoon een vetbultje. En ja, hij krijgt langzaam blauwe ogen (staar), maar heeft daar nog geen last van. Het is een oud hondje, dus hij wordt wat doof. De dierenarts: “Ik ken Floppy al z’n hele leven en ik weet dat het waarschijnlijk minder erg is dan dat hij doet voorkomen. De medische term hiervoor is Oost-Indisch doof!’ Conclusie: een oud, maar kerngezond hondje! Hij zag me opgelucht ademhalen en voegde er nog aan toe: ‘Floppy wordt geen 30. Zelfs als hij 20 wordt, is het een medisch wondertje. Maar hij heeft me al vaker verbaasd doen staan. Geniet gewoon lekker van hem en als het zijn tijd is, dan zien we wel verder!’ Ik had hem kunnen knuffelen! In plaats daarvan knuffelde ik Floppy (voor de achtste keer onderweg naar de uitgang). Oost-Indisch doof, ach, daar leren we wel mee leven!