Hulpverlening

We stoppen voor het huis van een vriendin van mijn moeder: hun auto staat midden op straat. Samen met haar man is ze houten platen van de aanhangwagen aan het lossen. We zwaaien: ‘handje helpen?’ Maar de platen zijn zwaar en mijn moeder kan niet tillen met haar pijnlijke schouders. Achter ons stopt nog een auto. Een opgeschoten knul zit erin en kijkt gefronst naar de opstopping. Dan stapt hij uit. Geschrokken kijk ik toe: wat gaat hij doen? Stampij maken? Zinloos geweld? Hij pakt zonder aarzelen in zijn eentje een plaat en sjouwt ‘m naar binnen. We kijken elkaar aan: zou het een bekende zijn? Maar nee, hij wil gewoon niet te lang wachten en nutteloos toekijken. Als het hout binnen staat, parkeren ze snel de auto elders: de weg is weer vrij. De jongen loopt langs onze auto en tikt tegen het raam: ‘Uw rechter achterlicht is stuk!’ Ik bedank hem, maar ben toch een beetje verbaasd. Dit soort hulpverlening maak je echt niet vaak meer mee. Maar het voelde als een warme douche: zalig!