Meneer Ad

De auto van mijn moeder moest naar de garage. Ik reed achter haar aan en nam haar mee terug naar huis. Een vriend van ons die vlakbij woont zou ‘m later die dag weer ophalen. Maar omdat hij het erg druk had, belde ik mijn moeder: ‘Wij halen ‘m straks wel op, dat is net zo gemakkelijk.’ Toen ik me keurig op de afgesproken tijd meldde, keek de receptionist me fronzend aan. ‘Ze zei dat meneer Ad de auto zou komen halen en u bent hem niet!’ Ik legde uit dat ‘Meneer Ad’ het heel erg druk had, dat ik haar dochter was en of ik ‘m toch heel alsjeblieft mee mocht nemen. Toen hij de sleutels niet snel genoeg kon vinden, maakte ik een grappige opmerking: ‘Ik vind het ook prima als u mij de sleutels van een leuke cabrio geeft, hoor!’ Weer keek hij me aan: ‘U lijkt wel op uw moeder.’ Ik antwoordde dat ik dat wel vaker hoorde, met name de wangen en de ogen. ‘Nee hoor’, zei hij met een knipoog, terwijl hij me de sleutels gaf: ‘ik bedoelde de babbel!’