Rood vlees

En weer zit ik thuis, de tweede keer binnen een paar weken en te moe om de ene voet voor de andere te zetten. Niet echt ziek, maar zo moe, zo moe. De huisarts heeft het snel gezien: ‘Oververmoeid en dat is ook niet gek na het jaar dat jullie achter de rug hebben! Je tante en een vriend overleden, een waanzinnige trouwdag, een nieuwe baan en een stevige studie. Neem maar eens even een paar dagen rust. En goed eten: vooral rood vlees!’ Ik laat bloed prikken ‘voor alle zekerheid’ en ga naar huis. Daar krijgen we een discussie over dat rode vlees. In mijn beleving gaat het om biefstuk, niet al te doorbakken. Maar volgens manlief, die biologie heeft gestudeerd, maakt de daadwerkelijke kleur niet uit. Ook een gebakken karbonaatje, rundervink of gehaktbal is ‘rood vlees’. Kip en vis vallen buiten de prijzen. Ik vind dat raar en we komen er niet uit. Dus eten we zuurkoolstamp met worst. Dat is ook gezond. En als ik mijn man mistroostig toefluister dat ik een watje ben, dat niet eens tegen wat stress kan, aait hij over mijn hoofd: ‘Je bent mijn watje! En dat is het allerbelangrijkste!’