Geloof

We staan te wachten totdat de vergaderzaal geopend wordt en kletsen in de tussenliggende periode wat met elkaar. Collega 1: ‘Ja, dat was schrikken. Hij wordt ’s avonds nóóit wakker. Maar nu stond hij ineens achter ons. Hij kon niet slapen. Dus hij kwam even zijn schoen controleren. Die uiteraard net door mijn vrouw was gevuld! Gelukkig kon ik hem terug z’n bed in krijgen.’ Collega 2: ‘Herkenbaar! Onze dochter begint te twijfelen. De oudere kinderen op school hebben haar al gezegd dat Sinterklaas niet bestaat, maar tot nu toe wil ze er niet aan.’ Ik kijk van de een naar de ander. ‘Wat zeg je nou? Bestaat Sinterklaas niet?’ Eén moment zie je ze twijfelen. Dan schieten ze in de lach en krijg ik een speelse duw. De deur van de vergaderzaal gaat open en we gaan naar binnen. Maar ik ben ervan overtuigd: één seconde geloofden ze dat ik nog steeds geloof. Zal mijn jeugdige uitstraling wel zijn!