Wind

En toen waaide het zomaar ineens heel hard. De deuren achter stonden open en de ramen voor ook, dus de gordijnen bolden op in de wind. Zo hard dat het knuffelhondje op de vensterbank een sprong in de diepte nam. Mijn man deed er nog een snoekduik naar, maar tevergeefs. Toen hij op straat kwam, stond een voorbijganger stomverbaasd naar het knuffelhondje met het rode riempje in zijn hand te kijken. Mijn man glimlachte en zei: “Ik had ‘m nog wel aangelijnd!” Om vervolgens een klap achter zich te horen: de voordeur. Dicht. En hij had geen sleutels meegenomen in zijn reddingspoging. Dus voor de tweede keer in een paar weken tijd werd bij de onderbuurman de lange ladder geleend. En keken voorbijgangers toe hoe mijn man zich via het raam toegang tot onze woning verschafte. Toch eens nadenken over een huissleutel bij de buurman!