Ambtenaren

Gisterenavond kwam de ambtenaar van de burgelijke stand met ons praten. Ik moest nog aan Tink denken; met de ambtenaar die hen in eerste instantie was toegewezen, klikte het totaal niet. Maar meteen na binnenkomst merkte ik het al, dit komt wel goed. Hij is al wat ouder, heeft een leuk gevoel voor humor en bezit de kunst te kunnen luisteren, noteren en vragen stellen tegelijkertijd. Na anderhalf uur sloot hij af met de woorden dat hij ons een leuk stel vond, hij mijn -met excuses- kinderlijke enthousiasme rondom de bruiloft wel kon waarderen en dat het vast een leuke ceremonie werd. Hij zou de verkregen informatie samenvatten tot een speech met hier en daar een plagerijtje. ‘Oh’, zei ik, ‘maar dan wil ik u graag waarschuwen: mijn aanstaande kan erg adrem reageren!’ Hij keek ons even aan. ‘Daar kan ik absoluut niet tegen, dan houd ik verder mijn mond en loop ik weg!’ Waarop mijn vriend de daad bij het woord voegde en opmerkte: ‘Dan zal ik daarmee wachten tot na de huwelijksvoltrekking!’