Foefje

In de hal van het crematorium zag ik een oud-collega, waarmee ik nog regelmatig contact heb. Ik liep naar hem toe en we maakten een praatje. Wat was het eigenlijk allemaal snel gegaan. En hoe triest dat dit onze vriend nu al moest overkomen. ‘He’, zei hij ineens, ‘Wie is dat ook alweer, die nu samen met Piet binnenkomt?’ Ik keek in de aangewezen richting en zei: ‘Jan D.’ ‘Dat is waar ook’. Om vervolgens, toen Jan D. ons genaderd was, hem enthousiast te begroeten: ‘Ha die Jan, dat is alweer een tijd geleden, he!’ Jan keek even peinzend en herinnerde zich ineens het gezicht weer. Hij verontschuldigde zich dat hij mijn oud-collega niet meteen had herkend, maar deze woof het weg: ‘Maakt niets uit, joh’. Om na een paar minuten, terwijl Jan verder was gelopen, het geheel te herhalen: ‘En heet hij ook alweer?’ ‘Mike J.’ ‘Dag Mike, jongen, je bent geen dag ouder geworden.’ Met inderdaad een zichtbaar gegeneerde Mike die even moest vragen wie hem aansprak. Pientere jongen, die oud-collega van mij!