Vogeltje

Terwijl we voor het stoplicht staan te wachten, zie ik een miniatuur vogeltje in de berm naar voedsel zoeken. ‘Kijk’, zeg ik tegen mijn carpooler, ‘een winterkoninkje’. Hij kijkt speurend naar de berm. ‘Waar dan?’ Het is bijna te klein om te zien. Ik wijs nogmaals. Nu ziet hij het. ‘Dat is geen winterkoninkje, dat is een gewone mus!’ Verontwaardigd kijk ik ‘m aan. ‘Ech niet!’ ‘Luister’, zegt hij, ‘ik ben een jongen van het platteland. En ik zal niet weten wat een mus is? ‘Nou’, pareer ik hem, ‘wij hadden thuis een boek met heel veel foto’s! Dus ik weet echt wel wat een winterkoninkje is!’ Mijn carpooler kijkt me ongelovig aan en als hij ziet dat ik het meen, begint hij te schateren. En dat houdt hij de hele weg tot kantoor vol. Want als plattelandjongens een ding goed kunnen, dan is het lachen. Naast het herkennen van vogeltjes natuurlijk.