Hik

Mijn broer had de hik. Niet zomaar een paar keer, maar een hele tijd. En op den duur wordt dat stomvervelend, zo niet pijnlijk. We kregen het over redmiddeltjes. Mijn aanstaande zou ‘m wel eens flink laten schrikken. Dan was het zo over. Mijn oma leerde me vroeger een rijmpje: ‘Ik heb de hik, ik heb de schrik, ik geef ‘m aan een andere man, die ‘m goed verdragen kan.’ Als je dat drie keer achter elkaar in een ademteug kon uitspreken, dan was je de hik kwijt. Of een theelepel suiker snel doorslikken. En zo waren er nog wat andere mogelijkheden. Mijn broer keek van de een naar de ander, pakte een glas water, boog zich helemaal voorover en dronk het op een onmogelijke manier op. Verbaasd keken we toe. Maar het was wel over!!