Thuiswerkplek

De vierde KPN-monteur staat voor de deur. ‘Dag mevrouw, wat kan ik voor u doen?’ Ik leg dus voor de vierde keer uit dat er buiten een storing is, waardoor ik binnen geen signaal voor mijn thuiswerkplek ontvang. ‘Nou, dan gaan we binnen beginnen bij het begin’. Op mijn antwoord dat hij de vierde is die binnen begint en tot de conclusie komt dat de storing buiten ligt, reageert hij kalmerend: ‘Zo erg zal het toch allemaal niet zijn?!’ Om na een kwartier te roepen dat de storing buiten ligt en dat hij gaat graven. Hij belooft niet naar huis te gaan voordat het echt geregeld is en lacht hartelijk om mijn opmerking dat ik het logeerbed vast zal opdekken. Maar hij houdt woord. Ruim twee uur later brandt het lampje op het INT-kastje. We nemen afscheid en ik wil mijn vriend bellen om hem te zeggen dat het gelukt is. Eigenlijk ben ik niet eens echt verrast dat de privélijn ineens ‘dood’ blijkt. Ik kan de monteur nog net in zijn kraag grijpen voordat hij wegrijdt. Nu krijgt hij toch ook rode wangen. ‘Er gaat inderdaad veel mis met deze opdracht, zeg. Dat maak ik anders nooit mee!’ Met een veelbetekende blik op mijn hond (dat doet hij anders nooit), trek ik me terug. Na een kwartier is het euvel verholpen en werkt echt alles. Alles went behalve die KPN-tent!