Stuurlui

Na een slapeloze nacht bel ik hem. Hij is het nieuws nog volop aan het verwerken. Maar hij is zo moe. Zo moe. Ik probeer mijn tranen tegen te houden en hem op te monteren. Op te jutten bijna. ‘Dit doe je me niet aan, hoor je me! Je zult me in mijn bruidsjurk zien.’ Dit veroorzaakt een klein lachje. Het begin, hoe fragiel ook, is er. Ik beloof hem kaarsjes te branden. En contact te houden met hem en met zijn vrouw. Hij belooft te vechten. Maar ik hoor de onmacht in zijn stem. Ik waag nog een poging: ‘Je bent nog niet dood. En je doet het niet alleen, wij zijn er voor je!’ Waarom staan de beste stuurlui toch altijd aan de wal?

PS: we zijn komende weekeinde weg, dus geen nieuwe stukjes.