Onweer

Een pootje op mijn gezicht en zacht paniekerig gepiep. Een blik op de wekker: half 3. Floppy kijkt me angstig aan. ‘Wat is er dan. jongen?’ Bliksem verlicht de kamer. ‘Oh, onweer’ (berustend). Ik sluit de ramen en deuren met Floppy tegen mijn been geplakt. Weer terug in bed. ‘Ga maar lekker in je mand liggen, het valt wel mee.’ ‘Nee, het valt helemaal niet mee, ik ben bang!’. ‘Kijk dan naar de baas, die slaapt toch ook!’ (met een licht geirriteerde ondertoon). ‘Maar ik ben bahang!’ Ik probeer het nog eens: ‘Weet je nog vorige zomer? Toen knetterde de donder! Nu hoor je alleen maar boemeleboemeleboem.’ ‘En toch slaap ik liever tussen jullie in!’ Ik til Floppy van de grond op ons bed, waar hij tussen ons in ligt te bibberen tot het voorbij is. Af en toe blaft hij, maar heel zachtjes, om de aandacht niet al te zeer op zich te vestigen. En de baas? Die slaapt en zal morgen de heldenverhalen van ons hondje horen. Over hoe dapper hij was!